ECLI:NL:PHR:2009:BG3504
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vermindering straf wegens overschrijding redelijke termijn en onttrekking aan het verkeer van horloges
De verdachte werd door het hof veroordeeld voor medeplegen van opzetheling en andere feiten, en vrijgesproken van enkele tenlastegelegde feiten. Tevens werd de onttrekking aan het verkeer bevolen van drie inbeslaggenomen Cartier horloges, hoewel deze niet afzonderlijk ten laste waren gelegd maar ad informandum waren toegevoegd. De verdachte had bekend het ad informandum gevoegde feit te hebben gepleegd.
De Hoge Raad oordeelt dat de onttrekking aan het verkeer van de horloges rechtsgeldig is, ook al zijn deze niet formeel ten laste gelegd, omdat het hof met het feit bij de strafoplegging rekening mocht houden. De onttrekking is niet onbegrijpelijk en voldoende gemotiveerd.
Verder constateert de Hoge Raad een overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM Pro tussen het instellen van het cassatieberoep en de ontvangst van de stukken, alsmede tussen het instellen van het beroep en de uitspraak. Dit leidt tot strafvermindering.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof uitsluitend wat betreft de strafoplegging en vermindert de straf, terwijl het beroep voor het overige wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de straf wegens overschrijding van de redelijke termijn en bevestigt de onttrekking aan het verkeer van de horloges.