ECLI:NL:PHR:2009:BG3533
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende motivering bewijswaardering en overschrijding redelijke termijn in witwas- en cocaïne-invoerzaak
De zaak betreft een verdachte die werd beschuldigd van medeplegen van witwassen, gewoonteheling, medeplegen van opzetheling en medeplegen van invoer van cocaïne. Het hof sprak de verdachte vrij van witwassen en gewoonteheling, maar veroordeelde hem voor medeplegen van opzetheling en invoer van cocaïne tot 42 maanden gevangenisstraf.
De verdediging voerde in hoger beroep een uitdrukkelijk en onderbouwd standpunt aan dat de verklaringen van twee cruciale getuigen onbetrouwbaar waren en niet als bewijs mochten dienen. Het hof gebruikte deze verklaringen echter wel zonder de vereiste motivering zoals voorgeschreven in art. 359.2 Sv, wat leidt tot nietigheid van het arrest.
Daarnaast werd vastgesteld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro in de cassatiefase was overschreden, aangezien meer dan twee jaar waren verstreken tussen het instellen van het cassatieberoep en de ontvangst van de stukken bij de Hoge Raad. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest voor zover het de strafoplegging betreft en zal de straf naar gebruikelijke maatstaven reduceren.
De overige klachten van de verdediging worden verworpen en er zijn geen ambtshalve gronden voor vernietiging gevonden. De zaak hangt samen met een ontnemingszaak die gelijktijdig wordt behandeld.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering bij bewijswaardering en overschrijding van de redelijke termijn, met strafvermindering tot gevolg.