ECLI:NL:PHR:2009:BG4209
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling overschrijding redelijke termijn en ontzegging rijbevoegdheid bij poging tot doodslag
De verdachte is door het Gerechtshof te 's Hertogenbosch veroordeeld wegens poging tot doodslag en verkeersovertredingen, met een gevangenisstraf van 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk en ontzegging van de rijbevoegdheid. De verdachte stelde cassatie in tegen het vonnis met drie middelen. Het eerste middel betrof het niet tijdig reageren van het Hof op het verweer omtrent opzet in het verkorte arrest. De Hoge Raad oordeelde dat de motivering van bewijsverweren in de aanvulling op het arrest mag plaatsvinden, waardoor dit middel faalt.
Het tweede middel betrof de vraag of de ontzegging van de rijbevoegdheid bij poging tot doodslag is toegestaan. De Hoge Raad bevestigde dat de wet dit toelaat, verwijzend naar de wetsgeschiedenis en eerdere jurisprudentie, en verwierp dit middel.
Het derde middel klaagde over overschrijding van de inzendtermijn van cassatiestukken, wat terecht werd erkend. Daarnaast constateerde de Hoge Raad een schending van het recht op berechting binnen een redelijke termijn, wat eveneens leidt tot strafvermindering. De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot vernietiging van het bestreden vonnis voor zover het de straf betreft, met vermindering van de straf, en verwerping van het beroep voor het overige.
Uitkomst: De straf wordt verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn, ontzegging rijbevoegdheid bij poging tot doodslag blijft gehandhaafd.