ECLI:NL:PHR:2009:BG4216
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging hofuitspraak wegens onvoldoende motivering schatting wederrechtelijk verkregen voordeel
In deze zaak stond de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel ter discussie. Betrokkene werd door het hof veroordeeld tot betaling van € 3.000,- aan de Staat, gebaseerd op een schatting dat hij 10% van de opbrengst van 40 bolletjes drugs per dag ontving. Betrokkene stelde dat hij slechts 10% van de opbrengst van de 20 bolletjes die hij zelf verkocht kreeg, hetgeen een lagere berekening zou betekenen.
De Hoge Raad stelde vast dat het hof onvoldoende en onduidelijk had gemotiveerd waarom het uitging van 10% van de totale opbrengst van 40 bolletjes, terwijl betrokkene had verklaard slechts 10% van de opbrengst van 20 bolletjes te ontvangen. De verklaring van betrokkene, gelezen in samenhang met het verweer van zijn raadsman, wees juist op een verdeling waarbij het bedrag door twee moest worden gedeeld.
Op grond hiervan oordeelde de Hoge Raad dat de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel onvoldoende was gemotiveerd en vernietigde het arrest. De zaak werd terugverwezen voor hernieuwde beoordeling. Het middel dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens overschrijding van de redelijke termijn werd verworpen, aangezien dit niet meer tot niet-ontvankelijkheid kan leiden.
De uitspraak benadrukt het belang van een duidelijke en begrijpelijke motivering bij het vaststellen van het wederrechtelijk verkregen voordeel in strafzaken.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel.