ECLI:NL:PHR:2009:BG4240
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verstekbehandeling en adresvereiste in hoger beroep strafzaak
In deze strafzaak heeft het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch bij verstek een gevangenisstraf van tien maanden bevestigd voor diefstal met geweld en afpersing gepleegd door meerdere personen. Tegen dit vonnis werd cassatieberoep ingesteld met twee middelen gericht op de verstekbehandeling en het adres van betekening van de appeldagvaarding.
De kern van het geschil betrof de vraag of het hof had moeten schorsen of de zaak had moeten aanhouden vanwege het niet verzenden van een afschrift van de appeldagvaarding naar een adres dat in de appelakte was vermeld maar niet het GBA-adres van verdachte was. De Hoge Raad oordeelde dat het adres in de appelakte niet als een adres was opgegeven waar gerechtelijke mededelingen konden worden ontvangen, zodat art. 588a Sv niet verplichtte tot toezending naar dat adres.
Verder was de raadsman van verdachte niet verschenen en had hij verklaard geen contact met verdachte te hebben kunnen krijgen en de zaak niet te hebben voorbereid. De Hoge Raad vond dat het hof terecht verstek had verleend, omdat geen sprake was van het ontbreken van rechtsbijstand en de keuze van de raadsman binnen diens verhouding tot de cliënt viel.
De Hoge Raad verwierp beide middelen en bevestigde daarmee de verstekbehandeling en de strafoplegging door het hof. De zaak illustreert de strikte toepassing van art. 588a Sv en de grenzen van de rol van de rechter bij verzuim van de verdediging.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de verstekveroordeling en de wijze van betekening van de dagvaarding.