ECLI:NL:PHR:2009:BG4245
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest en terugwijzing wegens onvolledige processtukken en dagvaarding
Het gerechtshof te 's-Gravenhage had verdachte bij verstek veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier maanden voor vermogensdelicten. Verdachte stelde cassatie in tegen dit arrest. In de cassatieprocedure werden drie klachten geformuleerd, waarvan de Hoge Raad het tweede middel gegrond achtte omdat het arrest niet de inhoud van de gebruikte bewijsmiddelen bevatte en er geen aanvulling op het verkorte arrest was opgemaakt.
De Hoge Raad oordeelde dat een raadsman die meent dat processtukken onvolledig zijn, binnen de termijn van artikel 437 lid 2 Sv Pro schriftelijk een verzoek tot aanvulling moet indienen bij de rolraadsheer. In deze zaak was niet gebleken dat een dergelijk verzoek was ingediend, waardoor de klacht niet tot cassatie kon leiden.
Verder werd vastgesteld dat de dagvaarding in hoger beroep correct aan verdachte was uitgereikt in persoon in het huis van bewaring te Middelburg, waar verdachte gedetineerd zat. De klacht over de dagvaarding faalde daarom. De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest en verwees de zaak terug naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor een nieuwe berechting op het bestaande beroep.
Uitkomst: Het arrest van het gerechtshof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.