ECLI:NL:PHR:2009:BG4788
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Gebruik van elektronische duivencarrousel bij jacht niet geoorloofd als lokinstrument
In deze zaak stond de vraag centraal of het gebruik van een elektronische duivencarrousel bij de jacht op houtduiven als een geoorloofd lokmiddel kan worden aangemerkt. De rechtbank had verdachte vrijgesproken van overtreding van artikel 50 van Pro de Flora- en faunawet. De Hoge Raad stelde prejudiciële vragen aan het Benelux-Gerechtshof over de kwalificatie van de duivencarrousel onder de Beschikking inzake de middelen die toelaatbaar zijn bij de jacht.
Het Benelux-Gerechtshof oordeelde dat de duivencarrousel een lokinstrument is zoals bedoeld in artikel 2 van Pro de Beschikking van het Comité van Ministers van de Benelux Economische Unie, en dat het gebruik ervan ter verdelging van houtduiven niet geoorloofd is. De Hoge Raad concludeerde dat het oordeel van het hof dat sprake was van een geoorloofd lokmiddel onjuist was en vernietigde de vrijspraak.
De zaak benadrukt de strikte interpretatie van de regels omtrent jachtmethoden en bevestigt dat elektronische hulpmiddelen zoals de duivencarrousel niet zijn toegestaan, ook niet in het kader van schadebestrijding aan landbouwgewassen. De Hoge Raad past artikel 440 lid 2 Sv Pro toe en verwijst de zaak terug voor verdere afdoening.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de vrijspraak en oordeelt dat het gebruik van de elektronische duivencarrousel een ongeoorloofd lokinstrument is.