ECLI:NL:PHR:2009:BG5562

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
20 januari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/10229
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 450 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens ontoereikende volmacht en ambtelijk verzuim

De verdachte werd door de politierechter veroordeeld voor het verlaten van de plaats van een verkeersongeval. Tegen dit vonnis stelde zijn moeder namens hem hoger beroep in op basis van een algemene volmacht die niet expliciet vermeldde dat een rechtsmiddel werd ingesteld tegen een vonnis dat tegen de volmachtgever was gewezen. Het hof verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk omdat de volmacht niet voldeed aan de vereisten van artikel 450 lid 1 sub b Sv Pro.

De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd of de griffier de gemachtigde had geïnformeerd over de noodzaak van een bijzondere schriftelijke volmacht. Indien dit niet was gebeurd, kon sprake zijn van ambtelijk verzuim waardoor de verdachte ontvankelijk had moeten worden verklaard. De Hoge Raad verwees naar eerdere jurisprudentie en benadrukte dat de gegeven volmacht, gelet op de omstandigheden, redelijkerwijs moest worden opgevat als een machtiging om hoger beroep in te stellen.

De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling, waarbij het hof ook moet onderzoeken of de griffier de gemachtigde correct heeft geïnformeerd over de volmachtvereisten. Deze uitspraak benadrukt het belang van duidelijke volmachten en de rol van ambtelijk handelen in het procesrecht.

Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en verwijst zaak terug wegens ontoereikende motivering over volmacht en ambtelijk verzuim.

Conclusie

Nr. 07/10229
Mr Machielse
Zitting 25 november 2008
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Het Gerechtshof te 's-Gravenhage heeft bij arrest van 8 mei 2007 de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het ingestelde hoger beroep.
2. Door de verdachte is cassatie ingesteld. Namens deze heeft mr. D. Matadien, advocaat te Rotterdam, een schriftuur ingezonden houdende één middel van cassatie.
3.1. Het middel klaagt dat artikel 450 Sv Pro is geschonden aangezien het hof verdachte ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn hoger beroep. Volgens de steller van het middel dient de overgelegde brief als een bijzondere schriftelijke volmacht in de zin van artikel 450 Strafvordering Pro te worden opgevat.
3.2. In eerste aanleg heeft de politierechter in de rechtbank Rotterdam op 21 maart 2006 ten laste van verdachte bewezenverklaard dat
"hij op of omstreeks 02 oktober 2004 te Rotterdam als bestuurder van een motorrijtuig betrokken bij een verkeersongeval en/of door wiens gedraging een verkeersongeval is veroorzaakt op de Rusthoflaan, de plaats van het ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden aan een ander te weten [slachtoffer] schade was toegebracht".
3.3. De stukken van het geding houden, voor zover hier van belang, het volgende in.
(i) De inleidende dagvaarding is op 26 januari 2006 in persoon aan verdachte uitgereikt;
(ii) de verdachte is ter terechtzitting van de politierechter van 21 maart 2006 verschenen. De politierechter heeft terstond mondeling vonnis gewezen;
(iii) verdachte heeft, blijkens de aan de akte rechtsmiddel gehechte brief d.d. 29 maart 2006, zijn moeder, [betrokkene 1], wonende te [woonplaats], schriftelijk gemachtigd om zijn belangen "betreffende de rechtbank" te behartigen;
(iv) blijkens de akte rechtsmiddel is [betrokkene 1] de volgende dag, 30 maart 2006, ter griffie van de rechtbank verschenen om namens verdachte beroep in te stellen tegen het eindvonnis van de politierechter d.d. 21 maart 2006.
(v) op 8 mei 2007 is verdachte ter terechtzitting van het hof verschenen. Het hof heeft onmiddellijk uitspraak gedaan en verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het door hem ingestelde hoger beroep.
3.4. De door verdachte geschreven machtiging luidt als volgt:
"[plaats], 29 maart 2006,
Bij deze machtig ik, [verdachte], mijn moeder [betrokkene 1], om de belangen van mij betreffende de rechtbank te behartigen.
Wij tekenen hiervoor,
[verdachte]
[betrokkene 1]"
3.5. Het hof motiveert de niet-ontvankelijkheidsverklaring als volgt:
"Blijkens een algemene volmacht d.d. 29 maart 2006 heeft de verdachte zijn moeder [betrokkene 1] gemachtigd om de belangen van hem betreffende de rechtbank te behartigen. In die volmacht is niet aangegeven dat er een rechtsmiddel wordt aangewend tegen een vonnis dat tegen de volmachtgever is gewezen. Gelet hierop voldoet die algemene volmacht niet aan de eisen zoals gesteld in artikel 450 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
Derhalve zal het hof de verdachte niet-ontvankelijk verklaren in het door hem ingestelde hoger beroep."
3.6. Volgens de steller van het middel is het hoger beroep namens verdachte ingesteld middels een volmacht waaruit de bedoeling tot het instellen van een rechtsmiddel namens verdachte ondubbelzinnig blijkt. Gelet op de trend van deformalisering in de huidige rechtspraak had verdachte volgens de steller van het middel ontvankelijk verklaard dienen te worden in zijn hoger beroep.
3.7. De omstandigheden van het geval vertonen veel overeenkomst met het die in het arrest van de Hoge Raad, 17 mei 1966, NJ 1966, 411 m.nt. van Berckel.(1) Daarin was hoger beroep ingesteld door een persoon die op 31 oktober 1965 schriftelijk gevolmachtigd was "om verdachte te vertegenwoordigen bij het kantongerecht te Heerlen op 8 november 1965 en om al hetgeen te doen wat hem noodzakelijk en gewenst voorkomt". De rechtbank oordeelde naar aanleiding hiervan dat het karakter van een bijzondere volmacht met zich meebrengt, dat in de te geven bijzondere volmacht met zoveel woorden tot uiting wordt gebracht, dat bijzondere volmacht wordt gegeven aan een bepaald persoon, om namens de volmachtgever hoger beroep in te stellen tegen een in de volmacht bepaaldelijk aan te duiden tegen de volmachtgever gewezen vonnis. De Hoge Raad liet dit oordeel in stand.
De annotator noemde het een onaanvechtbaar, maar het rechtsgevoel niet bevredigend arrest. Hij raadde de griffiers aan om, wanneer zich een algemeen gemachtigde meldt om een rechtsmiddel in te stellen, deze te waarschuwen dat een bijzondere volmacht is vereist ingevolge art. 450 lid 1 onder Pro b Sv.
3.8. De onderhavige zaak verschilt echter van de zaak die in het arrest van 1966 ter beoordeling van de Hoge Raad stond. In de zaak uit 1966 had verdachte op 31 oktober 1965 een algemeen getoonzette machtiging gegeven aan zijn vader. Daarna, op 8 november 1965, vond de terechtzitting van de kantonrechter plaats. De kantonrechter sprak een veroordeling uit en de gemachtigde stelde op basis van dezelfde volmacht hoger beroep in. Dat hoger beroep werd niet ontvankelijk verklaard door de rechtbank omdat een bijzondere volmacht ontbrak. In de onderhavige zaak is de volmacht eerst opgemaakt nadat de politierechter de zaak op tegenspraak had behandeld en vonnis had gewezen.
De machtiging die verdachte aan zijn moeder heeft verstrekt kon dus in redelijkheid alleen maar de strekking hebben om stappen te zetten ná het vonnis van de politierechter. De machtiging "om de belangen van mij betreffende de rechtbank te behartigen" kan onder deze omstandigheden alleen in redelijkheid aldus worden begrepen dat verdachte door het inschakelen van de gemachtigde hoger beroep wilde instellen.
3.9. Als men al van mening zou zijn dat de door verdachte gegeven machtiging niet voldoet aan de eisen van artikel 450 lid 1 onder Pro b Sv, had het op de weg van de griffier gelegen de gemachtigde op de hoogte te stellen van de ontoereikendheid van de getoonde volmacht. Het hof had moeten doen blijken te hebben onderzocht of de griffier die de akte heeft opgemaakt de in die akte genoemde comparant mededeling heeft gedaan van het vereiste van een bijzondere schriftelijke volmacht. Bij gebreke van een zodanige mededeling zou immers de omstandigheid dat het beroep niet is ingesteld op de wijze als voorgeschreven in art. 450, eerste lid aanhef en onder b, Sv het gevolg kunnen zijn van een niet aan de verdachte toe te rekenen ambtelijk verzuim, in welk geval de verdachte ontvankelijk zou dienen te worden verklaard in zijn hoger beroep.(2)
4. Het middel, dat stelt dat uit de volmacht de bedoeling tot het instellen van een rechtsmiddel ondubbelzinnig blijkt, slaagt als men bereid is het welwillend te lezen. Op de ambtshalve uiteengezette grond zal in ieder geval volgens mij het bestreden arrest niet in stand kunnen blijven.
5. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof te 's-Gravenhage teneinde in hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
1 Zie hierover ook Elzinga en de Hullu in Melai/Groenhuijsen, aant. 7 bij artikel 450 Sv Pro.
2 Bijv. HR 29 januari 2002, LJN AD6200.