ECLI:NL:PHR:2009:BG5578

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
12 mei 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/10554
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 435 SvArt. 437 SvArt. 588 SvArt. 18.18 Wet milieubeheerArt. 8.1 Wet milieubeheer
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring verdachte wegens niet tijdig indienen middelen van cassatie

Het gerechtshof te 's-Gravenhage sprak verdachte vrij van diverse tenlasteleggingen en legde een geldboete op voor medeplegen van overtredingen van de Wet milieubeheer. Tegen dit arrest werd tijdig cassatieberoep ingesteld. De aanzegging op grond van art. 435 Sv Pro werd op correcte wijze betekend aan verdachte.

Echter heeft verdachte niet binnen de wettelijk gestelde termijn door een raadsman schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend. In een brief maakte de advocaat kenbaar dat verdachte failliet was gegaan en dat geen schriftuur zou worden ingediend. Hierdoor is het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv niet nageleefd.

De Procureur-Generaal concludeert daarom tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in het cassatieberoep. Dit betekent dat het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld en het arrest van het hof blijft staan.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatie wegens niet tijdig indienen van middelen van cassatie.

Conclusie

Nr. 07/10554
Mr. Bleichrodt
Zitting 25 november 2008
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Het Gerechtshof te 's-Gravenhage heeft bij arrest van 14 juni 2006 de verdachte vrijgesproken van het bij inleidende dagvaarding tenlastegelegde onder 1. (onderdeel voorschrift 12.1 filter/geurwasser), 2. (onderdeel mestscheidingsinstallatie), 4. (onderdeel mestafscheider/separator) en 6. (onderdeel mestscheidingsinstallatie), voorts de verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging ter zake van het bewezenverklaarde onder 1. (onderdelen voorschrift 1.2.5, 1.2.6 en 1.2.8), 3. en 5. en de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde onder 1. (onderdeel voorschrift 10.2), 3. en 5. telkens opleverende "medeplegen van opzettelijke overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 18.18 van de Wet milieubeheer, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd", 2. (onderdeel mestzak), 4. (onderdeel mestzak) en 6. (onderdeel mestzak) telkens opleverende "medeplegen van opzettelijke overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 8.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd" en 7., 8. en 9. telkens opleverende "medeplegen van opzettelijk de door een zegel waarmede voorwerpen door of vanwege het bevoegd gezag verzegeld zijn bewerkte afsluiting anders dan door verbreking, opheffing of beschadiging verijdelen, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd" veroordeeld tot een geldboete van € 5.000,-.
2. In deze zaak is tijdig en regelmatig beroep in cassatie ingesteld. Deze zaak hangt samen met de zaken 07/10566 ([medeverdachte 3]) en 07/10550 E ([medeverdachte 1]), in welke zaken ik vandaag eveneens concludeer.
3. De aanzegging ingevolge art. 435, eerste lid, Sv in de onderhavige zaak is op 18 september 2007 op de voet van art. 588, derde lid sub a, Sv aan de verdachte betekend.
4. Middelen van cassatie zijn namens de verdachte niet voorgesteld. In een brief van 16 november 2007 aan de Hoge Raad maakt mr. M.J.J.E. Stassen, advocaat te Tilburg, kenbaar dat verdachte failliet is gegaan en dat in de onderhavige zaak geen schriftuur zal worden ingediend.
5. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
6. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden