ECLI:NL:PHR:2009:BG5621
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening snelheidsovertredingsvonnis wegens onjuist voertuiggebruik kentekenplaat
Aanvrager werd door de kantonrechter veroordeeld voor een snelheidsovertreding gepleegd op 9 juni 2006, waarbij een geldboete en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid werden opgelegd. Het Gerechtshof Leeuwarden verklaarde het hoger beroep van aanvrager niet-ontvankelijk.
De herzieningsaanvraag bij de Hoge Raad berust op nieuwe feiten en omstandigheden die aantonen dat het voertuig waarmee de overtreding werd begaan niet het voertuig van aanvrager was. Zo is vastgesteld dat het voertuig van aanvrager een andere kleur, andere kenmerken en geen imperiaal heeft, terwijl het overtredingsvoertuig wit is en wel een imperiaal heeft. Tevens verklaarde een opdrachtgever dat aanvrager op het moment van de overtreding elders was, op aanzienlijke afstand van de plaats van de overtreding.
Verder is gebleken dat de gebruikte kentekenplaat waarschijnlijk per ongeluk op een aanhangwagen zat die werd voortgetrokken door een bestelbus, en niet op het voertuig van aanvrager. Deze nieuwe feiten en verklaringen ontstonden na het vonnis van de kantonrechter en het arrest van het hof.
De Procureur-Generaal concludeert dat deze nieuwe omstandigheden het ernstig vermoeden doen ontstaan dat de kantonrechter, indien hiermee bekend, aanvrager zou hebben vrijgesproken. De Hoge Raad verklaart de aanvraag gegrond, beveelt zo nodig opschorting van de tenuitvoerlegging van het vonnis en verwijst de zaak naar het hof Leeuwarden voor hernieuwde behandeling volgens artikel 467 Sv Pro.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond en verwijst de zaak voor nieuwe behandeling naar het hof.