ECLI:NL:PHR:2009:BG5843
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsanering wegens ontbreken goede trouw bij ontstaan schuld
Verzoeker, een zelfstandig financieel adviseur, heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling natuurlijke personen. Deze schulden omvatten onder meer een schuld van ruim €123.000,- voortvloeiend uit een tekortschieten bij het verstrekken van financieel advies aan een cliënt in 1997, vastgesteld in een onherroepelijk vonnis van de rechtbank Utrecht.
De rechtbank Utrecht wees het verzoek tot schuldsanering af omdat verzoeker niet te goeder trouw was ten aanzien van het ontstaan van de schuld en er gegronde vrees bestond dat hij zijn verplichtingen uit de regeling niet zou nakomen. Het hof Amsterdam bekrachtigde dit vonnis en overwoog dat verzoeker ernstig tekort was geschoten in zijn zorgplichten als financieel adviseur.
Verzoeker stelde cassatie in tegen het arrest van het hof, maar de Hoge Raad verwierp het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht heeft geoordeeld dat verzoeker niet te goeder trouw was en dat het cassatiemiddel onvoldoende duidelijk maakte waarom dit oordeel onjuist of onbegrijpelijk zou zijn. Ook werd bevestigd dat het hof geen strafrechtelijk onderzoek naar paulianeus handelen in aanmerking had genomen.
Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling werd derhalve definitief afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens het ontbreken van goede trouw.