ECLI:NL:PHR:2009:BG5852

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
30 januari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/01829
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Uitkomst
Afwijzend
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 288 FwArt. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot toelating schuldsanering wegens gebrek aan goede trouw

In deze zaak betrof het een verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank Almelo had het verzoek afgewezen en het hof Arnhem had dit vonnis bekrachtigd. Beide instanties pasten artikel 288 van Pro de Faillissementswet toe zoals dat sinds 1 januari 2008 geldt.

De verzoeker tot cassatie betwistte deze toepassing en stelde dat het verzoek beoordeeld had moeten worden naar de oude versie van artikel 288 Fw Pro. De Hoge Raad verwijst echter naar een eerder arrest (HR 26 september 2008, NJ 2008, 522) waarin is vastgesteld dat de nieuwe regeling van artikel 288 Fw Pro onmiddellijke werking heeft.

De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank en het hof terecht de nieuwe regeling hebben toegepast en dat verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij te goeder trouw was ten aanzien van het ontstaan en het onbetaald laten van zijn schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek. Daarom wordt het cassatieberoep verworpen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling blijft afgewezen.

Conclusie

Zaaknummer: 08/01829
mr. Wuisman
Parketdatum: 26 november 2008
CONCLUSIE inzake:
[Verzoeker],
verzoeker tot cassatie,
advocaat: Mr. H.J.W. Alt
De onderhavige zaak betreft een schuldsaneringszaak, waarin volstaan kan worden met een verkorte conclusie.
Verzoeker tot cassatie bestrijdt in cassatie het arrest d.d. 24 april 2008 van het hof Arnhem, waarin bekrachtigd wordt het vonnis d.d. 26 februari 2008 van de rechtbank Almelo dat een afwijzing inhoudt van het door verzoeker in cassatie op 16 oktober 2007 bij de rechtbank binnengekomen verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling. Zowel het hof als de rechtbank geven toepassing aan artikel 288 Fw Pro zoals het sedert 1 januari 2008 luidt. Beiden achten niet aannemelijk gemaakt dat verzoeker tot cassatie te goeder trouw is geweest ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden in de vijf jaren voorafgaande aan de dag waarop het verzoekschrift, houdende het verzoek om tot de schuldsaneringsregeling te worden toegelaten, bij de rechtbank is ingediend. De in cassatie voorgedragen klachten stoelen alle op het uitgangspunt dat het verzoek beoordeeld had moeten worden naar artikel 288 Fw Pro zoals dat vóór 1 januari 2008 luidde. Dat uitgangspunt is, gelet op HR 26 september 2008, NJ 2008, 522, onjuist. In rov. 3.1 van dit arrest oordeelt de Hoge Raad: "Op de gronden, vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 2.4 tot en met 2.9 moet worden aangenomen dat de nieuwe bepaling van artikel 288 onmiddellijke Pro werking heeft." Dit betekent dat een rechter die na 1 januari 2008 oordeelt over een verzoek om tot de schuldsaneringsregeling te worden toegelaten, aan artikel 288 Fw Pro, zoals het na 1 januari 2008 luidt, toepassing dient te geven. Zowel de rechtbank als het hof hebben het verzoek van verzoeker tot cassatie na 1 januari 2008 beoordeeld.
Gezien het voorgaande strekt de conclusie tot verwerping van het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden