ECLI:NL:PHR:2009:BG5924
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid van gemeenten tot heffing van precariobelasting op nutsleidingen in openbare grond
Deze zaak betreft de vraag of een gemeente als eigenaar van grond precariobelasting kan heffen op leidingnetwerken van nutsbedrijven die zich onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde grond bevinden. De Hoge Raad oordeelt dat de heffing van precariobelasting alleen mogelijk is indien de gemeente het hebben van deze voorwerpen kan verbieden, hetgeen niet het geval is bij een wettelijke gedoogplicht.
De zaak spitst zich toe op de precariobelasting die de gemeente Jacobswoude oplegde aan N.V. X voor het jaar 2004. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag gehandhaafd. De Hoge Raad bevestigt dat de gemeente geen wettelijke gedoogplicht heeft op grond van de Elektriciteitswet 1998 of de Gaswet, en dat de heffing niet in strijd is met hogere wetgeving of het evenredigheidsbeginsel.
De Hoge Raad benadrukt dat privaatrechtelijke toestemming of overeenkomsten geen beletsel vormen voor precariobelasting, zolang er geen wettelijke verplichting tot gedogen bestaat. Ook het ontvangen van dividend uit aandelen in de nutsbedrijven vormt geen vergoeding die heffing uitsluit. De tarieven zijn niet willekeurig en de heffing is niet in strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
Samenvattend bevestigt de Hoge Raad de bevoegdheid van gemeenten om precariobelasting te heffen op nutsleidingen in openbare grond, mits zij als eigenaar het gebruik kunnen verbieden en geen wettelijke gedoogplicht geldt.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de gemeente bevoegd is precariobelasting te heffen op nutsleidingen in openbare grond zonder dat een wettelijke gedoogplicht bestaat.