ECLI:NL:PHR:2009:BG5964
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Overschrijding redelijke termijn en afwijzing verzoek aanhouding zaak wegens afwezigheid verdachte
Verdachte is door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf wegens diefstal met geweld gepleegd door meerdere personen. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep was verdachte niet aanwezig en had hij geen adres in Nederland of bij zijn raadsman achtergelaten. Zijn raadsman verzocht om aanhouding van de zaak om verdachte op te roepen op een in Servië gelegen adres, maar kon dit niet aannemelijk maken.
Het hof stelde vast dat de dagvaarding rechtsgeldig was betekend en dat verdachte geen blijk had gegeven aanwezig te willen zijn. Ook was geen adres in het buitenland bij de gemeentelijke basisadministratie bekend. Het verzoek tot aanhouding werd daarom afgewezen en verstek verleend. De Hoge Raad toetste of het hof het verzoek voldoende had gemotiveerd en oordeelde dat verdachte redelijkerwijs maatregelen had moeten nemen om oproepingen te ontvangen.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep omdat het hof niet onjuist had geoordeeld dat verdachte afstand had gedaan van zijn recht op aanwezigheid en dat het niet aannemelijk was dat hij zijn adres bij de Vreemdelingendienst had doorgegeven. Het middel faalde en het beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot twaalf maanden gevangenisstraf blijft in stand.