1 Zie de rov. 3-3.12 van het bestreden arrest.
2 De cassatiedagvaarding is op 20 maart 2007 betekend, terwijl het bestreden arrest op 20 december 2006 is gewezen.
3 H.L. Bakels, I.P. Asscher-Vonk, W.H.A.C.M. Bouwens, Schets van het Nederlandse arbeidsrecht (2007), p. 139 e.v..
4 Asser/ Kortman-De Leede-Thunissen (1994), nr. 393.
5 In deze zaak is in het bijzonder van belang de bepaling in haar van 1 april 2002 tot 1 juli 2005 geldende versie. Zie voor die versie de Wet van 29 november 2001, Stb. 628, en voor de inwerkingtreding daarvan het Besluit van 13 december 2001, Stb. 685. Zie voor de opvolgende versie de Wet van 7 april 2005, Stb. 202, en voor de inwerkingtreding daarvan het Besluit van 6 juni 2005, Stb. 298. Tot 1 januari 2007 was de citeertitel van (thans) de Arbeidsomstandighedenwet "Arbeidsomstandighedenwet 1998"; zie voor de wijziging van die citeertitel de Wet van 30 november 2006, Stb. 673, en voor de inwerkingtreding daarvan het Besluit van 11 december 2006, Stb. 675. Bij laatstgenoemde wet is de bijstand van deskundige werknemers in art. 13 Arbeidsomstandighedenwet ondergebracht.
6 Richtlijn 89/391/EEG van de Raad van 12 juni 1989 betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk, Pb EG 1989, L 183, p. 1-8, nadien gewijzigd.
7 Zie de Wet van 22 december 1993, houdende wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet en enige andere wetten in verband met de tenuitvoerlegging van de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 juni 1989 betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van werknemers en in verband met enige andere onderwerpen, Stb. 1993, 757; zie voor de inwerkingtreding het Besluit van 22 december 1993, Stb. 758.
8 Wet van 18 maart 1999, Stb. 184.
9 HvJ EG 22 mei 2003, C-441/01 (Commissie/Nederland), Jurispr. 2003, p. I-5463. Het omzettingsgebrek betrof het feit dat in de Nederlandse wetgeving niet was voorgeschreven dat een werkgever voor de activiteiten op het gebied van de bescherming tegen en de preventie van beroepsrisico's in zijn bedrijf pas een beroep op externe deskundigen kan doen, indien de mogelijkheden binnen het bedrijf onvoldoende zijn.
10 Wet van 30 november 2006, Stb. 2006, 673; zie voor de inwerkingtreding daarvan het Besluit van 11 december 2006, Stb. 675.
11 Vgl. T&C Arbeidsrecht (2008), Wet op de ondernemingsraden, art. 21, aantek. 2 (L.C.J. Sprengers).
12 R. Barents en L.J. Brinkhorst, Grondlijnen van Europees recht (2006), p. 196.
13 Zie het in voetnoot 9 reeds genoemde prejudiciële arrest. Volgens het HvJ EG had de Nederlandse wetgever het primaire karakter van de verplichting van de werkgever tot aanwijzing van een of meer deskundige werknemers niet voldoende geëxpliciteerd.
14 [eiser] verwijst hiervoor naar de memorie van antwoord onder 17.
15 H.L. Bakels, Schets van het Nederlandse arbeidsrecht (2007), p. 44 ("Inschakeling van deskundigen betekent niet dat deze de verantwoordelijkheid voor het arbeidsomstandighedenbeleid van de werkgever overnemen, doch slechts dat de beslissingen van de werkgever op dit gebied zo goed mogelijk gefundeerd worden."); P.E. van der Poest Clement en A.H.M. Boere, Handboek Arbowet. Rechten en verplichtingen toegelicht voor werkgever en werknemer (1994), p. 154 ("In deze opzet is het duidelijk dat de werkgever verantwoordelijk blijft voor de naleving van de Arbowet. Het feit dat de werkgever ten behoeve van zijn ondersteuning deskundigen heeft ingeschakeld ontslaat hem niet van zijn verantwoordelijkheid."); A.H.M. Boere e.a., Arbeidsomstandighedenwetgeving Handboek (2008), toelichting op art. 13, alsmede A.H.M. Boere, Arbeidsomstandighedenwet (2008), p. 222 ("In deze opzet is het duidelijk dat de werkgever verantwoordelijk blijft voor de naleving van de wet." ). De twee laatst geciteerde passages gaan kennelijk terug op de navolgende passage in de memorie van toelichting bij wetsontwerp 22 898, strekkende tot implementatie van Richtlijn 89/391/EEG in de toenmalige Arbeidsomstandighedenwet (Kamerstukken II 1992/93, 22 898, nr. 3, p. 18): "Met andere woorden: het gaat er bij de activiteiten van de deskundigen om dat deze de werkgever ondersteunen bij het voldoen aan de wettelijke voorschriften die zich tot hem richten. De bijstand die de deskundigen verlenen, de taken die zij vervullen en de werkzaamheden die zij in dat kader verrichten vinden derhalve hun oorsprong in de verplichtingen van de werkgever. In deze opzet is het duidelijk dat de werkgever verantwoordelijk blijft voor de naleving van de Arbeidsomstandighedenwet. Het feit dat de werkgever ten behoeve van zijn ondersteuning interne of externe deskundigen heeft ingeschakeld kan hem niet van deze verantwoordelijkheid ontslaan." Een vergelijkbare passage komt voor in de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel dat tot de thans geldende Arbeidsomstandighedenwet heeft geleid; zie Kamerstukken II 2004/05, 29 814, nr. 3, p. 21.