ECLI:NL:PHR:2009:BG6446
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontslagbescherming deskundige werknemer volgens Arbeidsomstandighedenwet 1998
De zaak betreft de vraag of eiser, werkzaam als bedrijfsleider bij verweerster, kan worden aangemerkt als deskundige werknemer in de zin van artikel 14 lid 1 van Pro de Arbeidsomstandighedenwet 1998. Eiser werd ontslagen zonder voorafgaande toestemming van de kantonrechter, terwijl die toestemming vereist is bij ontslag van deskundige werknemers. De kantonrechter en het hof oordeelden dat eiser niet als deskundige werknemer kwalificeert, omdat hij niet expliciet als zodanig was aangewezen en geen onafhankelijke positie innam binnen de onderneming.
Eiser voerde in cassatie aan dat objectieve elementen zoals taakomschrijving en feitelijke uitoefening doorslaggevend zijn, en dat onafhankelijkheid geen vereiste is maar een doelstelling. De Hoge Raad verwierp dit en benadrukte dat de aanwijzing door de werkgever essentieel is, conform de Europese richtlijn 89/391/EEG. Ook oordeelde de Hoge Raad dat de deskundige werknemer een onafhankelijke en zelfstandige positie moet hebben ten opzichte van de werkgever.
Het hof had terecht geoordeeld dat eiser intern verantwoordelijk was voor uitvoering van Arbo-verplichtingen, maar dat dit onverenigbaar is met de positie van deskundige werknemer die slechts bijstand verleent. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat het ontslag zonder toestemming van de kantonrechter niet nietig is. Hiermee blijft de ontslagbescherming voor deskundige werknemers strikt en gebonden aan formele aanwijzing en onafhankelijke positie.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt dat eiser niet als deskundige werknemer kwalificeert en dat ontslag zonder toestemming kantonrechter rechtsgeldig is.