ECLI:NL:PHR:2009:BG6450
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geen schending van hoor en wederhoor bij overleg deskundige met procesgemachtigde in Antillenzaak
In deze zaak stond centraal of het overleg van een deskundige met de procesgemachtigde van een partij, zonder dat de procespartij zelf aanwezig was, in strijd was met het beginsel van hoor en wederhoor. De Hoge Raad stelde vast dat de eiseres voldoende gelegenheid had gehad om zich over het deskundigenonderzoek en de bevindingen uit te laten. Dit bleek onder meer uit het feit dat relevante opmerkingen van partijen in het deskundigenrapport waren verwerkt en dat er meerdere gesprekken en telefonisch contact hadden plaatsgevonden tussen de deskundige en de procespartij of haar gemachtigde.
Het cassatieberoep richtte zich tegen de beoordeling van het hof dat het overleg met de procesgemachtigde voldeed aan het wettelijke vereiste dat partijen in de gelegenheid moeten worden gesteld opmerkingen te maken en verzoeken te doen. De Hoge Raad verwierp het middel, stellende dat een eventueel verzuim van de deskundige niet betekent dat het deskundigenbericht niet als bewijs kan dienen, mits partijen na het deskundigenbericht ruim in de gelegenheid zijn gesteld tot discussie.
De Hoge Raad concludeerde dat er geen schending van het hoor en wederhoor-beginsel had plaatsgevonden en verwierp het cassatieberoep met toepassing van artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. De zaak betreft een procesrechtelijke kwestie binnen het civiele recht van de Nederlandse Antillen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; geen schending van het hoor en wederhoor-beginsel bij overleg deskundige met procesgemachtigde.