ECLI:NL:PHR:2009:BG6719
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling draagkracht en fictief inkomen bij kinderalimentatie bij inkomensdaling door eigen gedragingen
In deze zaak heeft de man verzocht om nihilstelling van de door hem te betalen kinderalimentatie, omdat hij geruime tijd beneden bijstandsniveau heeft geleefd. De rechtbank had eerder bepaald dat voor twee van de kinderen geen behoefte meer bestond aan onderhoudsbijdrage, maar het hof vernietigde dit oordeel en stelde de bijdrage voor de kinderen over de periode van 1999 tot 2007 vast op een totaalbedrag van €6.952,40.
Het hof oordeelde dat de man onvoldoende inzicht had gegeven in zijn financiële lasten en dat hij verwijtbaar gedrag vertoonde door geen aanvullende bijstandsuitkering aan te vragen. Daarom stelde het hof de fictieve draagkracht van de man vast op ten minste 90% van de bijstandsnorm en legde hij een onderhoudsbijdrage van 10% van die norm op.
De Hoge Raad concludeert dat het hof hiermee de jurisprudentie rond fictieve draagkracht niet correct heeft toegepast. De bijdrage mag niet leiden tot een inkomen van de man onder 90% van de bijstandsnorm. Het hof heeft onvoldoende gemotiveerd waarom deze grens werd overschreden en heeft nagelaten een gedegen onderzoek naar de feitelijke draagkracht te verrichten. De beschikking wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en strijd met vaste rechtspraak.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van het hof en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling met inachtneming van de jurisprudentie over fictieve draagkracht en de bijstandsnorm.