ECLI:NL:PHR:2009:BG7414
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vervroegde onteigening en tussenkomst van opvolgend eigenaar bij onroerende zaak
De zaak betreft een onteigeningsprocedure ten behoeve van het bestemmingsplan 'Parkzoom' in de voormalige gemeente Bergschenhoek. Bij Koninklijk Besluit van 23 februari 2007 werden diverse percelen aangewezen voor onteigening. Ten tijde van het KB was een gedeelte van de percelen eigendom van de Staat der Nederlanden, maar deze gedeelten werden op 16 maart 2007, na het KB, teruggeleverd aan vader en zoon, de opvolgend eigenaren.
De gemeente dagvaardde de Staat, vader en zoon voor vervroegde onteigening. Vader en zoon verzochten tussenkomst in de procedure als opvolgend eigenaren, maar de rechtbank wees dit af omdat zij reeds als gedaagden in de hoofdzaak waren aangemerkt. De Hoge Raad overweegt dat dit oordeel op verschillende wijzen kan worden uitgelegd, maar dat in elk geval vader en zoon niet in hun verweermogelijkheden worden geschaad.
De Hoge Raad concludeert dat de rechtbank het verzoek tot tussenkomst had moeten toewijzen voor zover het de perceelsgedeelten betreft die ten tijde van het KB nog eigendom van de Staat waren. De cassatieberoepen van vader en zoon zijn echter niet ontvankelijk wegens gebrek aan belang, omdat zij reeds als gedaagden worden beschouwd. De Hoge Raad overweegt het vonnis in het incident te vernietigen en de tussenkomst toe te staan voor de bedoelde perceelsgedeelten.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de cassatieberoepen niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang en overweegt het vonnis in het incident te vernietigen om tussenkomst toe te staan.