ECLI:NL:PHR:2009:BG7743
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling of aspirant-hoofdconducteur van NS ambtenaar is in strafrechtelijke zin
In deze zaak staat centraal of aspirant-hoofdconducteurs van de N.V. Nederlandse Spoorwegen (NS) kunnen worden aangemerkt als ambtenaar in de zin van artikel 267 en Pro 304 van het Wetboek van Strafrecht. Het hof Amsterdam had geoordeeld dat deze aspirant-hoofdconducteurs, ondanks hun dienstverband bij een privaatrechtelijke rechtspersoon en het ontbreken van direct toezicht van de overheid, toch als ambtenaar moesten worden beschouwd vanwege het openbaar karakter van hun functie en hun wettelijke taak.
De feiten betreffen een incident op 28 juli 2004 te Amsterdam waarbij verzoeker een aspirant-hoofdconducteur en een collega, beiden in uniform en belast met toezicht op het openbaar vervoer, heeft beledigd en mishandeld. De verweren van verzoeker richtten zich op de vraag of de slachtoffers wel als ambtenaar konden worden aangemerkt, hetgeen gevolgen had voor de toepassing van strafverzwarende bepalingen.
De Hoge Raad stelt dat het begrip 'ambtenaar' in het Wetboek van Strafrecht een autonome en ruime betekenis heeft, maar dat het vereist dat degene onder toezicht en verantwoording van de overheid is aangesteld in een functie met openbaar karakter. Omdat aspirant-hoofdconducteurs van NS niet onder direct toezicht van de overheid staan, maar bij een privaatrechtelijke onderneming werken, kunnen zij niet als ambtenaar in deze zin worden beschouwd. Het arrest van het hof wordt daarom vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof Amsterdam wordt vernietigd omdat aspirant-hoofdconducteurs van NS niet als ambtenaar in strafrechtelijke zin kunnen worden beschouwd.