ECLI:NL:PHR:2009:BG7752
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onjuiste toepassing redelijkheidscriterium bij getuigenverhoor
Verdachte werd door het Hof Amsterdam veroordeeld wegens wederspannigheid. Tijdens het hoger beroep verzocht de verdediging het hof om een bepaalde getuige te horen die aanwezig was bij de terechtzitting. Deze getuige kon de betrouwbaarheid van een andere getuige toetsen die verklaarde dat verdachte niet de dader was.
Het hof wees het verzoek af met het argument dat de getuige niet aanwezig was bij de tenlastegelegde feiten en daarom niets uit eigen wetenschap kon verklaren. De verdediging stelde dat het hof het verkeerde criterium hanteerde en dat het redelijkheidscriterium toegepast had moeten worden, aangezien de getuige wel aanwezig was bij de zitting.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof het redelijkheidscriterium had moeten toepassen bij het verzoek om de getuige te horen, omdat deze daadwerkelijk aanwezig was. Het enkele feit dat de getuige niet bij het delict aanwezig was, sluit niet uit dat het horen noodzakelijk kan zijn voor de beoordeling van de betrouwbaarheid van een andere getuige.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug of beslist ambtshalve op basis van art. 440 Sv Pro. De conclusie is dat het hof zijn beoordelingskader onjuist heeft toegepast door het verzoek zonder het redelijkheidscriterium af te wijzen.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Amsterdam wordt vernietigd vanwege onjuiste toepassing van het redelijkheidscriterium bij het horen van een getuige.