ECLI:NL:PHR:2009:BG7763
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt objectieve beoordeling van wapenbestemming en verwerpt AVAS-verweer
In deze zaak stond de vraag centraal of een miniatuur seinpistool, in combinatie met een schietbeker, als vuurwapen kan worden aangemerkt en of de verdachte terecht werd veroordeeld voor het bezit daarvan. De verdediging voerde aan dat verdachte mocht vertrouwen op de mededeling van een opsporingsambtenaar dat het voorwerp niet geschikt was om te schieten, en dat daarmee sprake was van afwezigheid van alle schuld (avas). De Hoge Raad oordeelde echter dat de combinatie van het seinpistool met de schietbeker wel degelijk een vuurwapen vormt, en dat verdachte niet gerechtvaardigd kon vertrouwen op de onjuiste informatie van de verbalisant.
Daarnaast werd de vraag behandeld of het explosief met NFI-nummer 2.002, dat verdachte in bezit had, bestemd was voor het treffen van personen of zaken. De verdediging stelde dat het explosief slechts voor vermaak was bedoeld, maar de Hoge Raad bevestigde de objectieve benadering: het gaat om de aard en geschiktheid van het voorwerp, niet om de subjectieve bedoeling van verdachte. Uit het NFI-rapport bleek dat het explosief bij ontbranding ernstig letsel kan veroorzaken, wat voldoende is om het als bestemd voor het treffen van personen te kwalificeren.
De Hoge Raad verwierp de middelen van cassatie en bevestigde daarmee het oordeel van het hof dat verdachte schuldig is aan het bezit van verboden wapens en explosieven. De zaak benadrukt het belang van een objectieve toetsing van de aard van wapens en explosieven en beperkt de reikwijdte van het avas-verweer in dergelijke gevallen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling van verdachte voor het bezit van verboden wapens en explosieven blijft in stand.