ECLI:NL:PHR:2009:BG8786
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep tegen opheffing faillissement wegens toestand van de boedel
Het cassatieberoep is ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Leeuwarden die de opheffing van het faillissement van verzoeker bekrachtigde. Deze opheffing was bevolen op voordracht van de rechter-commissaris vanwege de toestand van de boedel.
Verzoeker stelde dat hij na detentie in staat zou zijn om inkomsten te genereren en daarmee de schuldeisers gedeeltelijk tegemoet te komen. Het hof oordeelde echter dat dit niet aannemelijk was, omdat verzoeker geen relevante opleiding of arbeidsverleden had en bovendien voortvluchtig was.
De Hoge Raad oordeelt dat het middel niet tot cassatie kan leiden. De stelling dat een oude werkgever bereid zou zijn verzoeker weer in dienst te nemen, is een novum dat niet in de eerdere instanties is aangevoerd. De klacht over de voortvluchtigheid faalt omdat het hof een feitelijk oordeel heeft gegeven dat in cassatie niet kan worden onderzocht. De conclusie van de Procureur-Generaal is daarom dat het cassatieberoep moet worden verworpen met toepassing van artikel 81 RO Pro.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de opheffing van het faillissement wordt bekrachtigd.