ECLI:NL:PHR:2009:BG9056
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling medeplegen en strafvermindering bij tenuitvoerlegging Duitse veroordeling
In deze zaak ging het om de tenuitvoerlegging van een Duitse veroordeling van veroordeelde wegens medeplegen van zware roof. De Rechtbank Groningen had veroordeelde veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf op basis van het Duitse vonnis en de feiten zoals vastgesteld door de Duitse rechter.
De verdediging voerde onder meer aan dat veroordeelde slechts medeplichtige was en dat onrechtmatigheden in het Duitse voorbereidend onderzoek strafvermindering zouden moeten rechtvaardigen op grond van artikel 359a Sv. De rechtbank verwierp deze verweren, stellende dat de Nederlandse rechter bij de beoordeling van de tenuitvoerlegging gebonden is aan de buitenlandse veroordeling en niet zelfstandig onrechtmatigheden in het buitenlandse onderzoek kan beoordelen.
De Hoge Raad bevestigde dit standpunt en oordeelde dat de rechtbank terecht veroordeelde als medepleger heeft aangemerkt en dat het beroep op strafvermindering wegens vermeende onrechtmatigheden niet toekomt. De opgelegde straf was voldoende gemotiveerd en het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de tenuitvoerlegging van de Duitse veroordeling tot vier jaar gevangenisstraf wegens medeplegen.