ECLI:NL:PHR:2009:BG9178
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen invoer cocaïne via Schiphol met gestructureerd samenwerkingsverband
In deze strafzaak werd verdachte verdacht van medeplegen van het opzettelijk invoeren van cocaïne via Schiphol in de periode van 25 maart tot en met 2 juni 2003. Het hof baseerde de bewezenverklaring op verschillende bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van betrokkenen, telefoontaps met versluierd taalgebruik, en de modus operandi van het samenwerkingsverband.
Het hof stelde vast dat er sprake was van een gestructureerd samenwerkingsverband waarbij bagagemedewerkers en anderen betrokken waren bij het onderscheppen en verder transporteren van koffers met cocaïne. Betrokkenen gebruikten versluierd taalgebruik in telefoongesprekken om de illegale activiteiten te bespreken. Verdachte heeft zich grotendeels op zijn zwijgrecht beroepen, maar het hof achtte dit niet doorslaggevend tegen de samenhangende bewijslast.
De bewijsmiddelen toonden aan dat verdachte betrokken was bij meerdere transporten, waaronder op 29 maart, 17 mei en 2 juni 2003. Ondanks dat verdachte niet bij de latere onderschepte transporten in augustus 2003 betrokken was, concludeerde het hof op grond van de overeenkomsten in werkwijze en taalgebruik dat ook deze eerdere transporten cocaïne betroffen en dat verdachte daarbij betrokken was.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de bewijsmiddelen op juiste wijze had gewogen en dat de conclusie dat verdachte medepleegde aan de invoer van cocaïne niet onbegrijpelijk was. Wel werd geoordeeld dat de redelijke termijn in cassatiefase was overschreden, wat aanleiding gaf tot verlaging van de straf. Het cassatieberoep werd verder verworpen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf voor medeplegen van invoer van cocaïne via Schiphol.