ECLI:NL:PHR:2009:BG9494
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt doorbreking verschoningsrecht notaris bij verdenking valsheid in geschrift
In deze zaak werd een notaris verdacht van medeplegen van valsheid in geschrift door het antedateren van een koopovereenkomst, opgesteld in het kader van zijn ambt. De rechtbank en het hof hadden het beslag op documenten en digitale gegevens van het notariskantoor gehandhaafd, ondanks het verschoningsrecht dat normaal gesproken geldt voor notariële stukken.
De Hoge Raad bevestigde dat het verschoningsrecht niet absoluut is en dat zeer uitzonderlijke omstandigheden, zoals de verdenking van een ernstig strafbaar feit dat het vertrouwen in het notariaat schaadt, doorbreking van dit recht kunnen rechtvaardigen. Het hof had geoordeeld dat het belang van de waarheidsvinding en het maatschappelijk belang bij naleving van de notariële plichten zwaarder wogen dan het verschoningsrecht.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel dat stelde dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat dergelijke uitzonderlijke omstandigheden aanwezig waren. De conclusie van de advocaat-generaal en de vaste rechtspraak ondersteunen dat doorbreking van het verschoningsrecht mogelijk is bij ernstige verdenkingen waarbij het vertrouwen in een beroepsgroep op het spel staat.
De Hoge Raad benadrukte dat het beslag noodzakelijk is om de rol van de notaris en medeverdachten in het strafbare feit te onderzoeken en dat de belangen van andere cliënten zoveel mogelijk worden beschermd. Het middel faalde en het beroep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat het beslag op notariële stukken rechtmatig was wegens zeer uitzonderlijke omstandigheden.