ECLI:NL:PHR:2009:BG9831
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing van de 30%-bewijsregel sluit dubbele belastingvrije vergoeding voor dubbele huisvesting uit
Belanghebbende, woonachtig in Frankrijk en sinds 2001 in Nederland tewerkgesteld, ontving een belastingvrije vergoeding voor extraterritoriale kosten op basis van de 30%-bewijsregel. Daarnaast rekende hij een bedrag voor dubbele huisvestingskosten niet tot zijn belastbare inkomen, wat de inspecteur niet accepteerde. Zowel de Rechtbank als het Hof verklaarden het beroep van belanghebbende ongegrond, stellende dat dubbele huisvestingskosten onder de 30%-bewijsregel vallen en niet dubbel onbelast kunnen worden vergoed.
De Procureur-Generaal betoogt dat kosten slechts onder één rubriek van artikel 15a of 15b Wet LB kunnen vallen, waarbij de specifieke bepaling (hier artikel 15a, lid 1, onderdeel k) prevaleert boven de meer algemene (artikel 15b, lid 1, onderdeel i). Hierdoor worden dubbele huisvestingskosten als extraterritoriale kosten beschouwd en vallen zij onder de 30%-bewijsregel. Een dubbele onbelaste vergoeding leidt tot ongewenste dubbeltelling en is niet gerechtvaardigd.
De Hoge Raad bevestigt dat de 30%-bewijsregel een vermoeden inhoudt dat vergoedingen tot 30% van het loon extraterritoriale kosten zijn, en dat deze regeling niet naast andere faciliteiten voor dezelfde kosten kan worden toegepast. De regeling beoogt continuïteit met het oude regime en sluit dubbele belastingvrije vergoedingen uit. Ook wordt geoordeeld dat het onderscheid tussen beroepskosten en privékosten in dit kader niet doorslaggevend is. De conclusie is dat het beroep in cassatie ongegrond moet worden verklaard.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard; dubbele huisvestingskosten vallen onder de 30%-bewijsregel en kunnen niet dubbel onbelast worden vergoed.