5. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting van het Hof van 12 november 2007 en de daaraan gehechte pleitnotities van de raadsman van de verdachte heeft deze aldaar, voor zover voor de beoordeling van het middel relevant, het navolgende aangevoerd:
"NIET-ONTVANKELIJK OM
Het O.M. moet ook niet-ontvankelijk worden verklaard omdat het O.M. in deze niet heeft gehandeld zoals een redelijk handelend Openbaar Ministerie moet handelen.
In de onderhavige zaak was er alléén de aangifte van [betrokkene 1] van 11 oktober 2002. Er was verder helemaal niets.
Na de aangifte waarbij o.a. door [betrokkene 1] werd gesteld dat [betrokkene 2] zou zijn gegijzeld, werd kennelijk vooraf niet eens informatie ingewonnen bij voornoemde [betrokkene 2]. [betrokkene 2] deed ook geen aangifte van gijzeling en nadien stelde zij dat zij nota bene door [betrokkene 1] was gegijzeld. Cliënt werd dan ook ten onrechte als verdachte aangemerkt en aangehouden, zulks geschiedde immers slechts op de aangifte van [betrokkene 1], van wie bekend was of bekend moest zijn dat het een man was met een strafblad die vaak leugenachtige verklaringen had afgelegd en waarvan de Politie wist dat het een man was die zelf ook belangen had, althans de Politie moest daar vanuitgaan. De Politie West- Brabant was maar al te bekend met de reputatie van [betrokkene 1].
• Er zijn in de onderhavige zaak met data "vergissingen" gemaakt. Op pagina 186 en 187 van het proces-verbaal is door de verbalisante [verbalisant 1] en [verbalisant 2] opgetekend dat zij op zaterdag 9 december 2002 rond 9.10 uur [betrokkene 2] in België zouden hebben bezocht. Op dat moment was er geen Rechtshulpverzoek of toestemming daartoe. Kennelijk willen de verbalisanten doen geloven dat zij zomaar zonder afspraak naar [betrokkene 2] in België zijn getogen.
In 2002 viel 9 december overigens niet op een zaterdag, zoals door de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] is aangegeven. Op 7 december 2002 was er wel sprake van een zaterdag. Het Rechtshulpverzoek is vervolgens gedateerd op 9 december 2002 wat zeer bijzonder is.
In het proces-verbaal tekenden de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] begin december 2002 op dat zij bij dat verhoor vernomen zouden
hebben van [betrokkene 2] dat zij niet bij vrijheidsberoving betrokken was.
De verbalisanten hebben vervolgens, ondanks voormelde mededeling niet getwijfeld aan de aangifte van [betrokkene 1], wat objectief gezien toch niet voor te stellen is. De verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] hadden kennelijk totaal geen twijfels over de verklaring van [betrokkene 1], terwijl [betrokkene 2] een geheel andere verklaring had. Het vorenstaande is opmerkelijk en cliënt is van mening dat er een spel is gespeeld om cliënt te duperen onder andere vanwege een eerdere zaak welke mis was gelopen.
• Opmerkelijk in deze was dat zowel [betrokkene 2] als [betrokkene 3] hebben verklaard dat zij al in de week van 28 oktober 2002 tot en met 3 november 2002 contacten hadden gehad met de politie in Eindhoven.
• Door de verdediging werd bij herhaling aan het OM gevraagd om uitgewerkte telefoongesprekken te verstrekken en aan voormelde verzoeken werd geen gevolg gegeven. De Officier van Justitie had er bij de politie zelf om gevraagd, doch deze verstrekte de uitgewerkte gesprekken niet, zie brief van de Officier van Justitie van 28 januari 2004 gericht aan de Rechter-Commissaris.
• Opmerkelijk in deze zaak is ook dat er veelvuldig met kladprocessen-verbaal is gewerkt, onder andere inzake [betrokkene 4], [betrokkene 5], [betrokkene 6] en [betrokkene 7].
• Ook de kwestie van het trainingspak en het NFI-onderzoek is bijzonder verlopen. Er is onderzoek ingesteld en de uitslag is nimmer gekomen, wel is uiteindelijk na aandringen het trainingspak beschikbaar gesteld.
• Bijzonder is ook de kwestie van het telefonisch contact tussen [betrokkene 8] en cliënt. Cliënt heeft nadrukkelijk gesteld dat hij op 30 september geen telefonisch contact had gehad met [betrokkene 8]. Cliënte vorderde derhalve ook de printgegevens en uit het procesverbaal van 6 november 2007, welk verbaal juist voor deze zitting werd ontvangen, blijkt dat de printgegevens welke groot belang zijn niet meer kunnen worden achterhaald door de politie.
• Het originele p-v van technisch onderzoek van het wapen is ook verdwenen. De Officier van Justitie kwam vervolgens met een verbaal van [verbalisant 3] van 15 januari 2005, zie verklaring Officier van Justitie van 24 januari 2005. Uit het verbaal van 24 januari 2005 blijkt ook dat er een foto is verdwenen.
• Cliënt werd door het Openbaar Ministerie op 12 februari 2006 opgeroepen voor de zitting van 13 februari van de Rechtbank te 's-Hertogenbosch!
• Ook het verhaal met betrekking tot de originele CD-ROM is opmerkelijk. De Officier van Justitie verklaarde immers ter zitting van de Rechtbank te 's-Hertogenbosch van 23 maart 2005 dat de originele CD-ROM in de kluis lag en dat deze door de raadsman kon worden beluisterd. Op 27 mei 2005 kreeg de toenmalige raadsman echter 2 CD-ROM's met daarop gesprekken. Bij het afluisteren bleek dat de CD-ROM een kopie was, welke eerst veel later was gebrand.
Volgorde vd gesprekken althans nummering loopt niet gelijk aan tijdbalk. geknoei
• Bijzonder was ook de [betrokkene 3] bij het verhoor bij de RechterCommissaris op 13 november 2003 aangaf dat hij dacht dat [betrokkene 1] een deal had. Hij wilde ook niet meer naar Nederland komen omdat er vele strafzaken tegen [betrokkene 1] waren en deze maar op vrije voeten bleef. [betrokkene 3] stelde daarom dat er iets niet klopte. De verhorend verbalisante zou ook tegen [betrokkene 3] gezegd hebben "[betrokkene 1] doet iets voor ons en wij doen iets voor [betrokkene 1]"!
• Opmerkelijk is ook dat [betrokkene 1] niet in de gijzelingszaak als verdachte is aangemerkt gezien vooral ook de verklaring van [betrokkene 2].
• Opmerkelijk is ook verder dat [betrokkene 1] in de PMK-zaak niet als verdachte is aangemerkt.
• Er zijn in de onderhavige zaak ook vele vergissingen/fouten gemaakt en er kunnen de nodige vraagtekens worden geplaatst.
• Ontlastende zaken ontbreken (lachen + frikandellen).
Cliënt is in ieder geval van mening dat het OM in deze niet heeft gehandeld als een goed OM moet handelen en er geen deugdelijk en grondig en objectief onderzoek is ingesteld. Volgens cliënt is er van een vooroordeel uitgegaan en is het van het begin af aan duidelijk geweest dat [verdachte] moest hangen, zie ook verklaring van [betrokkene 8] bij de R-C afgelegd. [verdachte] heeft de stellige indruk bekomen dat daarvoor ook [betrokkene 1] is gebruikt. Gezien het OM op voormelde onbehoorlijke wijze heeft gehandeld is cliënt van mening dat het OM in deze niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Het OM moet immers geen vooroordeel hebben en moet een grondig en objectief onderzoek instellen, wat i.e. niet is geschied. Er moet verder door het OM voortvarend en bekwaam worden opgetreden.