ECLI:NL:PHR:2009:BH0045
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatie over medeplegen en gezondheidscertificaat bij verzending dierlijke bijproducten
De zaak betreft de verzending van dierlijke bijproducten, specifiek pluimveemest, van Nederland naar Duitsland zonder het vereiste gezondheidscertificaat, in strijd met artikel 8 lid 3 van Pro EG-verordening nr. 1774/2002. Verdachte werd door het Gerechtshof Arnhem veroordeeld wegens medeplegen van overtreding van een voorschrift krachtens artikel 19 van Pro de Landbouwwet.
Verdachte stelde cassatieberoep in tegen deze veroordeling en voerde meerdere middelen aan, waaronder een te ruime interpretatie van het begrip gezondheidscertificaat, het ontbreken van het vereiste zenden naar een andere lidstaat, en onjuiste toepassing van medeplegen. De Hoge Raad verwierp deze middelen, bevestigde dat het gezondheidscertificaat betrekking moet hebben op de vervoerde producten en dat het certificaat zich van meet af aan bij het transport moet bevinden.
Het Hof had terecht geoordeeld dat het transport bestemd was voor Duitsland en dat verdachte bewust en nauw met medeverdachten had samengewerkt, waardoor medeplegen was bewezen. Wel werd de cassatie gegrond verklaard wegens overschrijding van de inzendtermijn van stukken bij de Hoge Raad, wat leidde tot strafvermindering. Het beroep werd verder verworpen.
Uitkomst: Veroordeling wegens medeplegen van verzending van mest zonder gezondheidscertificaat met strafvermindering wegens overschrijding inzendtermijn.