ECLI:NL:PHR:2009:BH0046
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor overtreding gezondheidsvoorschriften bij export dierlijke bijproducten zonder gezondheidscertificaat
In deze zaak is verdachte door het Gerechtshof Arnhem veroordeeld voor het medeplegen van overtreding van artikel 19 van Pro de Landbouwwet door opzettelijk dierlijke bijproducten, te weten pluimveemest, zonder het vereiste gezondheidscertificaat naar Duitsland te verzenden. Het hof oordeelde dat sprake was van handelsverkeer waarvoor de EG-verordening nr. 1774/2002 een gezondheidscertificaat voorschrijft en dat het ontbreken daarvan strafbaar is.
Verdachte stelde in cassatie onder meer dat het proces-verbaal van zijn verhoor niet tijdig was opgemaakt conform artikel 152 Sv Pro, wat tot bewijsuitsluiting had moeten leiden. De Hoge Raad verwierp dit verweer omdat het verzuim niet de betrouwbaarheid van het proces-verbaal aantoonde en het hof de verklaring gemotiveerd als betrouwbaar had beoordeeld. Ook andere middelen, zoals de uitleg van het begrip gezondheidscertificaat, het vereiste van zenden naar een andere lidstaat en het moment waarop het certificaat moet vergezellen, werden door de Hoge Raad verworpen.
Wel oordeelde de Hoge Raad dat de inzendtermijn van stukken bij de Hoge Raad met meer dan twee maanden was overschreden, wat aanleiding gaf tot strafvermindering. De overige middelen werden afgewezen. De Hoge Raad vernietigde het arrest voor wat betreft de strafoplegging, verminderde de straf en verwierp het beroep voor het overige.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt veroordeling voor opzettelijk verzenden van dierlijke bijproducten zonder gezondheidscertificaat en vermindert straf wegens overschrijding inzendtermijn.