ECLI:NL:PHR:2009:BH0047
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verbindendheid en uitleg EG-verordening 1774/2002 inzake gezondheidscertificaat bij dierlijke bijproducten
In deze zaak oordeelt de Hoge Raad over de uitleg en verbindendheid van artikel 8 lid 3 van Pro EG-verordening nr. 1774/2002, dat voorschrijft dat dierlijke bijproducten bij verzending naar andere lidstaten vergezeld moeten zijn van een gezondheidscertificaat. De verdachte werd door het Hof Arnhem veroordeeld wegens het verzenden van pluimveemest zonder het vereiste certificaat.
De Hoge Raad bevestigt dat het gezondheidscertificaat van meet af aan bij het transport aanwezig moet zijn en dat de documenten niet pas bij grenspassage vereist zijn. Dit volgt uit de tekst en doelstelling van de verordening en de ruime definitie van 'in de handel brengen' die reeds in het land van herkomst plaatsvindt.
Voorts verwerpt de Hoge Raad het verweer dat de verordening onverbindend zou zijn vanwege de toepassing van een andere verordening (EVOA) door België. Beide verordeningen kunnen naast elkaar bestaan en zijn van toepassing op verschillende aspecten van de import van mest. Het cassatieberoep faalt derhalve en het arrest van het Hof blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het Hof Arnhem bevestigd.