1 Zie in het bijzonder de rov. 4.1-4.4 van de bestreden beschikking.
2 Zie de beschikking van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 21 november 2006, p. 4, vierde alinea.
3 Het cassatierekest van 19 maart 2008 is op diezelfde dag per telefax en op 20 maart 2008 per gewone post ter griffie van de Hoge Raad ingekomen, terwijl de bestreden beschikking van 20 december 2007 dateert.
4 Zie, wat de aard van de overgelegde stukken betreft, overigens de als bijlage bij de brief van mr. Van Zandvoort van 13 oktober 2006 aan de rechtbank gezonden belastingaangifte van de man over 2005, waarin (op p. 2) de vraag of in het betrokken boekjaar de commerciële jaarstukken van de fiscale jaarstukken afwijken, in ontkennende zin is beantwoord.
5 Dat de in de jaarstukken opgevoerde kosten van het privégebruik van de auto en de telefoonkosten niet met feitelijke uitgaven zouden corresponderen, lijkt mij niet juist. Overigens leidt het afsplitsen van privé-kosten tot lagere bedrijfskosten en daarmee juist tot een hogere belaste winst.
6 Het eigen vermogen omvat mede de reserves.
7 HR 31 mei 2002, NJ 2003, 342, m.nt. HJS.
8 M.J.A. van Mourik en L.C.A. Verstappen, Nederlands vermogensrecht bij scheiding (2006), p. 139.
9 Klaassen-Eggens-Luijten-Meijer, Huwelijksgoederen- en erfrecht deel 1 (2005), p. 125; Asser-De Boer (2006), p. 255; C.A. Kraan, Het huwelijksvermogensrecht (2008), p. 80.
10 M.J.A. van Mourik en L.C.A. Verstappen, a.w., p. 139.
11 Klaassen-Eggens-Luijten-Meijer, a.w., p. 125. Zie ook Asser-De Boer (2006), p. 255.
12 J.F.M. Giele, (Het afschrijven op) de goodwill, EB 2008-5, p. 87.
13 M.J.A. van Mourik en L.C.A. Verstappen, a.w., p. 507; Klaassen-Eggens-Luijten-Meijer, a.w., p. 126. Asser-De Boer (2006), p. 255.
14 Asser-De Boer (2006), p. 255; Klaassen-Eggens-Luijten-Meijer, a.w., p. 126.
15 Klaassen-Eggens-Luijten-Meijer, a.w., p. 126.
16 Zie daarover HR 2 maart 2001. NJ 2001, 584, m.nt. SW.
17 Zie de in voetnoot 16 reeds genoemde beschikking, rov. 3.3. Zie voor de gelding van de daarin gegeven regels voor de waardering van een aan de voortzettende echtgenoot toe te delen onderneming S.F.M. Wortmann in haar noot bij die beschikking onder 5 en de conclusie van A-G Wesseling-van Gent vóór HR 24 september 2004, JOL 2004, 484, LJN: AQ8178, onder 2.10.
18 A.N. Labohm, Goodwill in het kader van het huwelijksvermogensrecht, EB Klassiek (2003), p. 62; A.N. Labohm, Waardering van ondernemingsvermogen en de prijs van de onderneming, EB 2006-9, p. 160.
19 Daarbij wordt niet alleen acht geslagen op de winsthistorie, maar ook op de winstverwachting. Voorts maakt men daarbij doorgaans gebruik van een winstcijfer dat met een bepaalde factor wordt vermenigvuldigd.
20 Daarbij wordt de economische waarde van de activa vastgesteld door de toekomstige vrije geldstromen contant te maken tegen een gewogen gemiddelde marginale vermogenskostenvoet en wordt de waarde van het eigen vermogen bepaald door op de economische waarde van de activa de economische waarde van de schulden in mindering te brengen.
21 J.F.M. Giele, a.w., p. 88.