ECLI:NL:PHR:2009:BH0383
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verdeling negatief vermogen eenmanszaak bij echtscheiding in gemeenschap van goederen
Partijen waren gehuwd in gemeenschap van goederen en gingen scheiden. De man kreeg de eenmanszaak toegewezen, maar het negatieve eigen vermogen van €22.312 werd verdeeld, waarbij de vrouw de helft moest betalen. De vrouw stelde dat het negatieve vermogen niets zegt over de werkelijke waarde vanwege opgebouwde goodwill.
Rechtbank en hof oordeelden dat de goodwill persoonlijk was en niet overdraagbaar, waardoor deze de waarde niet positief beïnvloedde. De vrouw betwistte de waardering van het negatieve vermogen, omdat de jaarstukken fiscale cijfers zouden zijn en niet het werkelijke vermogen weergeven.
De Hoge Raad stelde vast dat de vrouw het negatieve vermogen niet ter discussie stelde, maar alleen de toedeling daarvan. De fiscale jaarstukken waren voldoende als waarderingsgrondslag en het hof had de juiste maatstaf toegepast. Persoonlijke goodwill wordt niet als activum in de huwelijksgemeenschap beschouwd.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde dat de vrouw de helft van het negatieve eigen vermogen aan de man moet voldoen. De waardering van de onderneming aan de hand van activa en passiva is niet onbegrijpelijk of onjuist.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de vrouw de helft van het negatieve eigen vermogen van de eenmanszaak aan de man moet voldoen.