ECLI:NL:PHR:2009:BH0508

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
17 maart 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
01878/07 B
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 117 SvArt. 119 SvArt. 134 SvArt. 552a SvArt. 10 Besluit inbeslaggenomen voorwerpen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid klaagschrift wegens beëindigd beslag op hennepkwekerij-gerelateerde voorwerpen

In deze zaak betrof het klaagschrift van verzoeker de opheffing van beslag op assimilatielampen, koolstoffilter, afzuiger en afblazer die op 8 december 2004 in zijn woning waren aangetroffen in verband met een hennepkwekerij. Het gerechtshof Amsterdam had het klaagschrift ongegrond verklaard. Tijdens de behandeling bleek dat de inbeslaggenomen voorwerpen inmiddels met toestemming van de officier van justitie waren vernietigd.

De Hoge Raad stelde vast dat het beslag door deze vernietiging reeds was beëindigd op grond van art. 134, tweede lid, Sv. Hierdoor had het hof verzoeker niet-ontvankelijk moeten verklaren in zijn klaagschrift. De Hoge Raad vernietigde daarom de bestreden beschikking en verklaarde verzoeker alsnog niet-ontvankelijk.

De procedure illustreert het belang van de juiste toepassing van procesregels omtrent beslag en de beëindiging daarvan, en benadrukt dat een klaagschrift over een reeds beëindigd beslag niet ontvankelijk is.

Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn klaagschrift omdat het beslag reeds was beëindigd door vernietiging van de voorwerpen.

Conclusie

Nr. 01878/07 B
Mr Jörg
Zitting 20 januari 2009
Conclusie inzake:
[Klager]
1. Het gerechtshof te Amsterdam heeft bij beschikking van 24 mei 2007 het door verzoeker ingediende klaagschrift strekkende tot opheffing van het beslag met last tot teruggave overeenkomstig art. 119, tweede lid, Sv aan hem van de in
bestreden beschikking omschreven assimilatielampen, koolstoffilter, afzuiger en afblazer ongegrond verklaard.
2. Namens verzoeker heeft mr. H.K. ter Brake, advocaat te Hoorn, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
3. Ambtshalve vestig ik de aandacht op het volgende. De stukken van het geding houden, voor zover hier van belang, het volgende in:
(i) De politie heeft op 8 december 2004(1), nadat in de woning van verzoeker een hennepkwekerij was aangetroffen, onder verzoeker assimilatielampen, een koolstoffilter, een afzuiger en een afblazer inbeslaggenomen.
(ii) Voornoemde voorwerpen zijn op 8 december 2004(2) met toestemming van de officier van justitie vernietigd.(3)
(iii) Een aantekening mondeling arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 19 mei 2006 houdt in dat het openbaar ministerie in hoger beroep niet-ontvankelijk is verklaard in zijn strafvervolging ter zake van het aan verzoeker tenlastegelegde opzettelijk aanwezig hebben van hennepplanten.
(iv) Een namens verzoeker ingediend klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, dat op 28 juni 2006 bij het gerechtshof te Amsterdam is ingekomen, strekt ertoe dat het hof het beslag opheft en overeenkomstig art. 119, tweede lid, Sv de teruggave gelast aan verzoeker van de op 8 december 2004 inbeslaggenomen voorwerpen.
(v) De beschikking van het gerechtshof te Amsterdam van 24 mei 2007 vermeldt dat het beklag ongegrond is verklaard.
4. Het proces-verbaal van de behandeling van het klaagschrift van 10 mei 2007 houdt onder meer het volgende in:
"De raadsheer stelt met de advocaat-generaal vast dat de inbeslaggenomen goederen waarop het klaagschrift betrekking heeft inmiddels zijn vernietigd."
5. Uit het hiervoor onder 4 weergegeven proces-verbaal van de behandeling van het klaagschrift van 10 mei 2007 volgt dat het hof heeft vastgesteld dat de inbeslaggenomen assimilatielampen, koolstoffilter, afzuiger en afblazer inmiddels waren vernietigd. Daarbij doelt het hof kennelijk op een vernietiging ingevolge art. 117 Sv Pro in verbinding met art. 10 Besluit Pro inbeslaggenomen voorwerpen, in aanmerking genomen dat het namens verzoeker ingediende klaagschrift en het advies van de advocaat-generaal bij het hof onder meer inhouden dat de desbetreffende voorwerpen met machtiging van de officier van justitie als bedoeld in art. 117, tweede lid onder c, Sv zijn vernietigd.
6. Art. 134, tweede lid, Sv luidt, voor zover hier van belang, als volgt:
"Het beslag wordt beëindigd doordat hetzij
(...)
c. de machtiging als bedoeld in art. 117 is Pro verleend en het voorwerp niet om baat is vervreemd;
(...)".
7. Gelet op het voorgaande was het beslag reeds beëindigd ten tijde van de behandeling van en de beslissing op het klaagschrift. Dat brengt mee dat het hof verzoeker in zijn klaagschrift niet-ontvankelijk had behoren te verklaren.(4)
8. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de bestreden beschikking vernietigt en verzoeker alsnog niet-ontvankelijk verklaart in zijn beklag.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
A-G
1 De kennisgeving van inbeslagneming, op 16 april 2007 opgemaakt door de opsporingsambtenaar [verbalisant 1], houdt in dat de voorwerpen reeds op 7 december 2004 in beslag zouden zijn genomen. Het klaagschrift en de beschikking van het hof spreken evenwel van 8 december 2004, terwijl uit het proces-verbaal van politie, op 14 januari 2005 opgemaakt door de opsporingsambtenaar [verbalisant 2], eveneens volgt dat de woning pas op 8 december 2004 is binnengetreden.
2 Het proces-verbaal van bevindingen van de politie, op 16 april 2007 opgemaakt door de opsporingsambtenaar [verbalisant 1], vermeldt dat de voorwerpen reeds op 7 december 2004 zouden zijn vernietigd. Ervan uitgaande dat de woning van verzoeker pas op 8 december 2004 is binnengetreden, zal ook hier 8 december 2004 bedoeld zijn.
3 Het feit dat voorwerpen zijn vernietigd volgt niet alleen uit voornoemd proces-verbaal van bevindingen maar ook uit het namens verzoeker ingediende klaagschrift en uit het advies van de advocaat-generaal bij het hof van 5 december 2006.
4 Vgl. HR 27 november 2001, LJN AD5210.