ECLI:NL:PHR:2009:BH0584
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling draagkracht vader voor kinderalimentatie en motivering hof onvoldoende
Partijen zijn gehuwd geweest en hebben twee minderjarige kinderen. Na echtscheiding is de bijdrage van de vader in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen vastgesteld, maar de man stelde dat hij daartoe geen draagkracht had.
Het hof heeft de draagkracht van de man berekend rekening houdend met een maandelijkse betaling aan Arenda van €213, ondanks onduidelijkheid over het verplichte karakter van dit bedrag. De vrouw betaalde volgens het hof slechts rente, terwijl de man ook aflost.
De vrouw kwam in cassatie tegen het oordeel van het hof. De Hoge Raad overweegt dat de rechter bij de draagkrachtbepaling alle redelijke uitgaven moet meenemen, ook niet direct opeisbare schulden, en dat het aan de feitenrechter is om te bepalen welk gewicht daaraan wordt toegekend.
De Hoge Raad oordeelt echter dat het hof onvoldoende inzicht heeft gegeven in zijn motivering omtrent de aflossingen en het vermeende voordeel voor de vrouw en kinderen, waardoor het oordeel onbegrijpelijk is. Daarom wordt het arrest vernietigd en verwezen voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling.