ECLI:NL:PHR:2009:BH0955

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
27 januari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/02360 H
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 34 WAMArt. 457 lid 1 onder 20 SvArt. 467 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herziening wegens onjuiste veroordeling voor rijden zonder verplichte motorrijtuigverzekering

Aanvrager werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor het rijden zonder een geldige motorrijtuigverzekering op 8 augustus 2006, met oplegging van een taakstraf en ontzegging van rijbevoegdheid.

Namens aanvrager werd een herzieningsverzoek ingediend, onderbouwd met een verklaring ex art. 34 WAM Pro die aantoonde dat op de bewuste datum wel degelijk een geldige verzekering bestond. Deze verklaring was nieuw en het Hof was er niet mee bekend bij de oorspronkelijke uitspraak.

De Hoge Raad oordeelt dat deze nieuwe verklaring het vermoeden wekt dat het Hof anders zou hebben geoordeeld indien het hiervan op de hoogte was geweest. Daarom wordt de herzieningsaanvraag gegrond verklaard, de tenuitvoerlegging van het vonnis geschorst en de zaak terugverwezen naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor hernieuwde behandeling en beslissing.

Uitkomst: Herzieningsverzoek gegrond verklaard en zaak terugverwezen voor hernieuwde behandeling.

Conclusie

Nr. 08/02360 H
Mr. Vellinga
Zitting: 2 december 2008
Conclusie inzake:
[Aanvrager]
1. Aanvrager van herziening is door het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, wegens "als bestuurder van een motorrijtuig daarmede op een weg rijden zonder dat er voor dat motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen is gesloten en in stand gehouden" veroordeeld tot een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van 30 uren, subsidiair vijftien dagen hechtenis, met ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van zes maanden.
2. Namens aanvrager hebben mrs. M. van Delft en B.P. de Boer, advocaten te Amsterdam, een aanvrage tot herziening ingediend.
3. De aanvrage berust op de stelling dat de auto met kenteken [AA-00-BB] op de bewezenverklaarde datum (8 augustus 2006) wel verzekerd was. Ter adstructie van die stelling is aan de aanvrage een verklaring ex art. 34 WAM Pro van [A] gehecht, inhoudende dat voor het motorrijtuig met kenteken [AA-00-BB] op 8 augustus 2006 een verzekering van kracht was welke aan de op die datum [whv; ik begrijp:] door of krachtens de WAM gestelde eisen voldeed.
4. De als bijlage aangehechte verklaring dateert van 10 april 2008, zodat het Hof met deze verklaring niet bekend kon zijn.
5. De inhoud van de overgelegde verklaring, die immers met de bewezenverklaring onverenigbaar is, levert het ernstig vermoeden op dat het Hof, als het met de vermelde feiten en omstandigheden bekend was geweest, de aanvrager van het tenlastegelegde zou hebben vrijgesproken. Derhalve doet zich een geval voor als bedoeld in art. 457 lid 1 onder Pro 20 Sv.
6. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de aanvrage gegrond verklaart, de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het gewijsde zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage, opdat de zaak op de voet van art. 467 Sv Pro opnieuw zal worden behandeld en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG