ECLI:NL:PHR:2009:BH1635
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid verkoper wegens non-conformiteit voegmiddel in restauratiewerkzaamheden
In deze civiele zaak vordert Everpolish schadevergoeding van [eiseres] wegens het leveren van een voegmiddel dat niet voldeed aan de overeenkomst, met als gevolg loslatende voegen in natuurstenen vloeren bij restauratiewerkzaamheden in een crematorium. De rechtbank wees de vordering af, maar het hof Amsterdam oordeelde dat sprake was van non-conformiteit conform art. 7:17 lid 2 BW Pro en veroordeelde [eiseres] tot schadevergoeding.
[Eiseres] stelde cassatieberoep in en voerde aan dat zij op grond van het arrest HR 5 januari 1968 (Fokker/Zentveld) niet aansprakelijk kon worden gehouden, omdat de schade niet in verhouding stond tot de prijs van het geleverde materiaal. Dit verweer werd door het hof niet als bevrijdend verweer aanvaard en bleef onbesproken omdat de rechtbank de vordering reeds op andere gronden had afgewezen.
De Hoge Raad oordeelt dat het cassatiemiddel faalt bij gebrek aan belang, omdat het arrest Fokker/Zentveld betrekking heeft op een andere rechtsvraag dan hier aan de orde is. Het hof heeft het verweer terecht niet als bevrijdend verweer aangemerkt en het cassatieberoep wordt verworpen met toepassing van art. 81 RO Pro. De zaak is geschikt voor een verkorte conclusie.
Uitkomst: Het cassatieberoep van [eiseres] wordt verworpen en zij blijft aansprakelijk voor de schade wegens non-conformiteit van het voegmiddel.