ECLI:NL:PHR:2009:BH1984
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende goede trouw
Verzoekster, een vrouw met een aanzienlijke schuldenlast van ruim €63.700, diende een verzoek in tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. Haar schulden ontstonden mede door relaties en zakelijke activiteiten, waaronder een VOF voor een taxibedrijf en contracten afgesloten voor een partner die illegaal in Nederland verbleef.
De rechtbank wees het verzoek af omdat verzoekster niet aannemelijk had gemaakt te goeder trouw te zijn geweest bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden, een vereiste volgens artikel 288 lid 1 sub b van Pro de Faillissementswet. Het hof bevestigde dit oordeel na hoger beroep, waarbij het onder meer oordeelde dat verzoekster onvoldoende bewijs had geleverd voor haar stellingen over de oorzaak van de schulden en haar financiële draagkracht.
Verzoekster stelde in cassatie dat het hof ten onrechte had geoordeeld over haar goede trouw en dat het ongeschreven recht haar toelating tot schuldsanering zou moeten toestaan. De Hoge Raad verwierp deze middelen, benadrukkend dat de wet een hardheidsclausule kent in lid 3 van artikel 288 Fw Pro, maar dat daarbuiten geen ruimte is voor uitzonderingen op basis van ongeschreven recht. Het cassatieberoep werd daarom verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verzoekster wordt verworpen en het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van goede trouw.