ECLI:NL:PHR:2009:BH1987
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beëindiging partneralimentatie na wijziging omstandigheden en draagkracht man
Partijen zijn in 1981 gehuwd en hebben drie kinderen. Na hun echtscheiding in 2002 is overeengekomen dat de man partneralimentatie betaalt van €1.000 per maand, geïndexeerd tot €1.064,42 in 2007. De man verkocht zijn onderneming eind 2005 en kreeg een lijfrente, werkte tijdelijk bij de koper en ontving daarna een WW- en bijstandsuitkering. De vrouw werkt parttime en ontvangt een ziektewetuitkering aangevuld met bijstand.
De man verzocht in 2007 om beëindiging of verlaging van de alimentatie wegens inkomensverlies. De rechtbank stelde de alimentatie op nihil, maar het hof vernietigde dit en bepaalde dat de alimentatie nihil blijft tot 1 mei 2008 vanwege het onherstelbare inkomensverlies, maar dat de man vanaf die datum weer in staat wordt geacht het oorspronkelijke inkomen te verdienen en dus weer alimentatie moet betalen. De vrouw is nog behoeftig vanwege haar problematiek en beperkte arbeidscapaciteit.
De man stelde cassatieberoep in tegen het oordeel van het hof, onder meer over de draagkracht en behoefte. De Hoge Raad verwierp het beroep, bevestigde dat bijstandsuitkeringen niet in de behoefte van de alimentatiegerechtigde worden meegerekend en dat de vrouw voldoende heeft gemotiveerd dat zij nog niet zelf volledig in haar levensonderhoud kan voorzien. Ook oordeelde de Hoge Raad dat het hof terecht aannam dat de man vanaf mei 2008 zijn oorspronkelijke inkomen redelijkerwijs kan verdienen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen; de alimentatie wordt nihil gesteld tot 1 mei 2008 en daarna weer verschuldigd.