ECLI:NL:PHR:2009:BH1989
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt partneralimentatie en beoordeling verdiencapaciteit na echtscheiding
In deze zaak ging het om een geschil tussen voormalige echtelieden over partneralimentatie na hun echtscheiding. De vrouw verzocht om een bijdrage in haar levensonderhoud, terwijl de man zich hiertegen verzette. De rechtbank wees het alimentatieverzoek af op grond van de veronderstelling dat de vrouw volledig kon werken en in haar eigen onderhoud kon voorzien. Het hof vernietigde dit oordeel en stelde een partneralimentatie van €800 per maand vast, rekening houdend met de feitelijke verdiencapaciteit van de vrouw en haar vermogen.
De Hoge Raad behandelde in cassatie diverse klachten over de beoordeling van de verdiencapaciteit van de vrouw, het rendement op haar vermogen en de draagkracht van de man. Het hof had geoordeeld dat van de vrouw niet redelijkerwijs kon worden verwacht dat zij volledig in haar levensonderhoud voorziet, mede omdat zij haar arbeidsuren bij haar huidige werkgever niet kon uitbreiden en er geen bewijs was dat zij elders een hoger inkomen kon verwerven.
Ook het vermogen van beide partijen werd betrokken bij de vaststelling van de alimentatie. De vrouw had een deel van de overwaarde van de woning aangewend voor herinrichting, schulden en advocaatkosten, wat door het hof werd geaccepteerd. Het hof hield rekening met een forfaitair rendement over het vermogen van beide partijen. De Hoge Raad verwierp de cassatiemiddelen en bevestigde het oordeel van het hof, waarbij ook werd opgemerkt dat de man vanwege zijn onderhoudsverplichting voorzichtigheid had moeten betrachten met zijn vermogen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat de man partneralimentatie van €800 per maand aan de vrouw moet betalen.