ECLI:NL:PHR:2009:BH1998
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verjaring en stuiting in zaak wanprestatie en onrechtmatige daad inzake betaling huurgarantie
In deze zaak stond centraal of de verjaringstermijn van vijf jaar was gestart op het moment dat ING bekend was met de schade en de aansprakelijke persoon. ING had een vordering ingesteld wegens wanprestatie en onrechtmatige daad omdat een bedrag van f. 675.000,-, dat via de advocaat van Escensum was ontvangen, niet aan haar was doorbetaald.
De rechtbank en het hof oordeelden dat ING op 12 november 1997 bekend was met het feit dat de betaling aan de advocaat had plaatsgevonden en dat het bedrag niet aan ING was doorbetaald. Dit was het moment waarop de verjaringstermijn begon te lopen. ING stelde dat zij pas in 2002 op de hoogte was van de doorbetaling aan Escensum, maar dit standpunt werd verworpen.
De Hoge Raad bevestigde dat het hof de stellingen van ING juist had geïnterpreteerd en dat het beroep op twee zelfstandige onrechtmatige daden niet aannemelijk was. De verjaringstermijn was terecht aangevangen in 1997, waardoor de vordering verjaard was en het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de vordering van ING verjaard is.