ECLI:NL:PHR:2009:BH2014
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toelating schuldsaneringsregeling wegens niet aannemelijke goede trouw bestuurder
Verzoeker, een alleenstaande man met een aanzienlijke schuldenlast van circa €465.000, waaronder privé- en zakelijke schulden verbonden aan zijn failliete vennootschap Multipack Plus B.V., verzocht om toelating tot de schuldsaneringsregeling. De rechtbank wees dit verzoek af omdat verzoeker niet aannemelijk had gemaakt dat hij te goeder trouw was geweest bij het ontstaan van zijn schulden, mede vanwege het ontbreken van een sluitende financiering en onvoldoende inzicht in de administratie.
Het hof bekrachtigde dit oordeel en baseerde zich daarbij op het rechtsvermoeden uit artikel 2:203 lid 3 BW Pro dat bestuurders hoofdelijk aansprakelijk zijn indien zij wisten of redelijkerwijs konden weten dat de vennootschap haar verplichtingen niet zou nakomen, hetgeen hier niet was weerlegd. Verzoekers cassatieberoep faalde omdat de Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht het rechtsvermoeden toepaste en het oordeel niet onbegrijpelijk was.
Daarnaast werden klachten over vermeende partijdigheid van het hof verworpen wegens gebrek aan feitelijke grondslag. De Hoge Raad concludeerde dat verzoeker niet aannemelijk had gemaakt dat hij te goeder trouw was en verwierp het cassatieberoep.
Uitkomst: Het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen omdat verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt te goeder trouw te zijn geweest.