ECLI:NL:PHR:2009:BH2465
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toekenning van 1% royalty aan geluidstechnicus voor extra producerwerkzaamheden
In deze zaak staat een geschil centraal over de vergoeding van extra werkzaamheden die een geluidstechnicus heeft verricht tijdens de productie van een album van een artiest. De technicus vorderde betaling van een deel van de producersroyalty's, stellende dat hij als co-producer aanspraak maakte op 50% van de royalty's. De rechtbank wees deze vorderingen af, maar het hof vernietigde dit vonnis voor zover het de artiest betrof en kende de technicus een royalty van 1% toe, gebaseerd op het gerechtvaardigd vertrouwen dat hij een vergoeding zou ontvangen voor zijn extra werkzaamheden.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat er sprake was van overeenstemming tussen de artiest en de technicus over de extra werkzaamheden en dat de technicus gerechtvaardigd mocht vertrouwen op een royaltyvergoeding. De hoogte van 1% werd als passend beoordeeld, mede gelet op de verhouding tussen de werkzaamheden van de technicus en de artiest. Tevens werd een aanvullend arrest gewezen waarin de artiest werd veroordeeld tot betaling van wettelijke rente over de royaltys vanaf 90 dagen na het kalenderjaar volgend op de betalingstermijn.
De klachten van de artiest tegen deze beslissingen werden door de Hoge Raad verworpen. De Raad benadrukte het belang van de Haviltex-maatstaf bij de uitleg van de afspraken en het gerechtvaardigd vertrouwen. Ook werd de toepassing van artikel 32 Rv Pro besproken, waarbij het hof terecht een aanvullend arrest kon wijzen om een verzuim in het eerdere arrest te herstellen. De Hoge Raad vond geen gronden voor cassatie en verwierp het beroep van de artiest.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de toekenning van een royalty van 1% aan de geluidstechnicus en veroordeelt de artiest tot betaling van wettelijke rente.