ECLI:NL:PHR:2009:BH2601

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
10 april 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/03881
Type
Conclusie
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 351 lid 1 FwArt. 341 lid 3 Fw (oud)Art. 1 lid 1 Algemene termijnenwetArt. 2 Algemene termijnenwet
Verwijzingen
8 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens overschrijding beroepstermijn bij beëindiging schuldsaneringsregeling zonder schone lei

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin het hof het hoger beroep van verzoeker niet-ontvankelijk verklaarde wegens overschrijding van de beroepstermijn. Het hoger beroep betrof de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder toepassing van de schone lei.

Verzoeker stelde dat de beroepstermijn verlengd moest worden op grond van de Algemene termijnenwet vanwege bijzondere dagen en feestdagen tussen 30 april en 5 mei 2008. De Hoge Raad oordeelde dat deze dagen niet als algemeen erkende feestdagen golden in de zin van de wet, zodat de termijn niet verlengd werd. Tevens faalde het betoog dat de beroepstermijn verlengd zou zijn op grond van artikel 2 van Pro de Algemene termijnenwet, omdat er voldoende werkdagen tussen uitspraak en termijnverloop zaten.

Daarnaast stelde verzoeker dat het hof de overschrijding van de beroepstermijn niet mocht tegenwerpen omdat het hof zich niet aan de voorgeschreven termijn voor behandeling van het beroepschrift had gehouden. De Hoge Raad verwierp dit standpunt op basis van eerdere jurisprudentie.

De Hoge Raad concludeerde dat de klachten niet tot cassatie konden leiden en wees het beroep af met toepassing van artikel 81 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering. De zaak werd daarmee definitief afgesloten zonder inhoudelijke behandeling van de schuldsaneringsregeling.

Uitkomst: Het hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.

Conclusie

08/03881
Mr L. Strikwerda
Parket, 6 febr. 2009
conclusie inzake
[Verzoeker]
Edelhoogachtbaar College,
1. Het tijdig door verzoeker tot cassatie, hierna: [verzoeker], ingestelde cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 3 september 2008. Bij dit arrest heeft het hof [verzoeker] wegens overschrijding van de beroepstermijn niet-ontvankelijk verklaard in het door hem ingestelde hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 28 april 2008, waarbij - kort gezegd - de toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van [verzoeker] is beëindigd zonder toepassing van de schone lei.
2. Het cassatieberoep berust op één middel dat twee klachten bevat. De klachten kunnen naar mijn oordeel niet tot cassatie leiden en nopen niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling, zodat het cassatieberoep zich leent voor verwerping met toepassing van art. 81 RO Pro. De zaak komt daarom in aanmerking voor een verkorte conclusie.
3. Het eerste klacht van het middel (cassatierekest onder 2.3) voert aan dat (het hof heeft miskend dat) het beroepschrift hoe dan ook als tijdig ingediend moet worden aangemerkt, nu woensdag 30 april 2008 tot maandag 5 mei 2008 bijzondere dagen en feestdagen waren als bedoeld in de Algemene termijnenwet, zodat de beroepstermijn werd opgeschoven.
4. Voor zover de klacht wil betogen dat de beroepstermijn op grond van art. 1 lid 1 van Pro de Algemene termijnenwet is verlengd, faalt zij omdat de dag waarop de hier toepasselijke beroepstermijn van art. 351 lid 1 Fw Pro eindigde (dinsdag 6 mei 2008) niet op een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag viel, zodat art. 1 lid 1 van Pro de Algemene termijnenwet niet van toepassing is. Voor zover de klacht wil betogen dat de beroepstermijn op grond van art. 2 van Pro de Algemene termijnenwet is verlengd, kan zij evenmin doel treffen omdat, mede gezien art. 1 van Pro het Besluit gelijkstelling dagen in 2007 tot en met 2010 met algemeen erkende feestdag, Stcrt. 2007, 194, tussen de dag van de uitspraak van het vonnis van de rechtbank (maandag 28 april 2008) en de dag waarop de beroepstermijn eindigde (dinsdag 6 mei 2008) ten minste twee dagen voorkwamen die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag waren, zodat art. 2 van Pro de Algemene termijnenwet evenmin van toepassing is.
5. De tweede klacht van het middel (cassatierekest onder 2.4) komt erop neer dat het hof [verzoeker] de overschrijding van de beroepstermijn niet mocht tegenwerpen, aangezien het hof bij de dagbepaling van de behandeling van het beroepschrift zich niet heeft gehouden aan de door art. 351 lid 3 Fw Pro (bedoeld is kennelijk art. 341 lid Pro 3 (oud) Fw) voorgeschreven termijn.
6. De klacht faalt omdat de opvatting waarop zij berust blijkens HR 5 december 2008, RvdW 2009, 8, LJN BG5864 (art. 81 RO Pro) niet als juist kan worden aanvaard.
De conclusie strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO Pro.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,