2.8 In zijn arrest van 20 september 2007 heeft het Hof het vonnis van 3 juni 2005 vernietigd voor zover [verweerster]'s daarbij is veroordeeld tot betaling van een bruto vergoeding voor overwerk van € 40.603,93 aan [eiser 1] en € 34.662,99 aan [eiseres 2]. Daartoe heeft het Hof overwogen:
"4.6 De grief in het principaal appel richt zich tegen de beslissing van de kantonrechter in het tussenvonnis van 14 januari 2005 dat [verweerster] er niet in is geslaagd het haar opgedragen bewijs te leveren en dat [eiser] c.s. aanspraak kunnen maken op vergoeding van overwerk (naast het overeengekomen salaris) en, blijkens de toelichting op die grief, mede tegen het feit dat de kantonrechter de bedoeling van partijen en de wijze waarop partijen aan de overeenkomst uitvoering hebben gegeven niet in zijn overwegingen heeft betrokken. Het hof overweegt als volgt.
4.7 Het geschil tussen partijen betreft de vraag of partijen zijn overeengekomen dat de in de arbeidsovereenkomsten vastgelegde salarissen inclusief een vergoeding voor overwerk waren (standpunt [verweerster]) of niet (standpunt [eiser] c.s.). Voor de beantwoording van die vraag komt het aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan het in de respectieve arbeidsovereenkomsten ter zake van loon vastgelegde mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. In dit verband zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang:
[Eiser] c.s. verrichtten voordat de onderhavige arbeidsovereenkomsten tot stand kwamen dezelfde werkzaamheden voor [verweerster] op declaratiebasis. [Eiser] c.s. hebben niet, althans niet voldoende gemotiveerd, betwist dat de overeengekomen salarissen voor hen een vergelijkbaar inkomen opleverden met het inkomen dat zij genoten toen zij op declaratiebasis voor [verweerster] werkzaam waren. Gesteld noch gebleken is dat zij in die tijd meer uren werkten dan in de tijd dat zij krachtens arbeidsovereenkomst werkzaam waren. [Eiser] c.s. betwisten niet dat het met ieder van hen overeengekomen salaris substantieel hoger was dan de in de cao voor de door hen verrichte functies opgenomen normsalarissen en afwijken van hetgeen gebruikelijk is. Zij laten evenwel na daarvoor een verklaring te geven. Onder deze omstandigheden mocht [verweerster] ervan uitgaan dat de overeengekomen salarissen inclusief een vergoeding voor het door [eiser] c.s. te verrichten overwerk was, ook als partijen daar bij hun onderhandelingen niet expliciet over gesproken hebben. Dat partijen daar impliciet van uit zijn gegaan blijkt ook wel uit het feit dat [eiser] c.s. tijdens de arbeidsovereenkomst nooit om een vergoeding van verricht overwerk hebben gevraagd en uit het feit dat zij hun werktijden niet registreerden, hetgeen toch voor de hand gelegen zou hebben als zij inderdaad vanaf de aanvang van de arbeidsovereenkomsten meenden aanspraak te kunnen maken op een vergoeding voor overwerk. Zij leggen ter onderbouwing van hun onderhavige vordering immers niet een opgave over van door ieder van hen gewerkte uren maar van de vaartijden van het door hen bemande schip. Aangezien [eiser] c.s op het schip woonden, betekent het feit dat het schip voer niet dat zij beiden feitelijk werkten. De grief in het principaal appel slaagt derhalve. De vraag of partijen ook expliciet zijn overeengekomen dat de overeengekomen vergoeding inclusief overwerk was, kan onbeantwoord blijven.
4.8 Vervolgens komt de vraag aan de orde of [eiser] c.s. in ieder geval het aan hen op grond van de cao toekomende hebben ontvangen, zoals de kantonrechter in het tussenvonnis van 16 april 2004 heeft overwogen. De grief in het incidenteel appel, die deze overweging van de kantonrechter bestrijdt, faalt.
[Eiser] c.s. hebben, zoals uit het vooroverwogene blijkt, op grond van het tussen partijen overeengekomene geen recht op betaling van een overwerkvergoeding, behalve indien en voorzover zij minder hebben verdiend dan hetgeen zij uitgaande van het in de cao bepaalde bij hun respectieve functies behorende minimum salaris (loon en overwerk) te weinig zouden hebben ontvangen. De cao kent immers minimumlonen voor de in de cao genoemde functies.
4.9 Bij ter rolle van 9 juli 2004 in de procedure in eerste aanleg genomen akte heeft [verweerster] een berekening in het geding gebracht van het [eiser 1] en [eiseres 2] over de periode 1 juli 2000 - 30 september 2002 op grond van de cao toekomende bruto basissalaris (respectievelijk € 43,442,19 en € 38.160,99), het bedrag waarop zij ter zake van overwerkvergoeding op grond van de cao recht hebben uitgaande van de door [eiser] c.s. gevorderde 2052,5 overuren (respectievelijk € 22.454,35 bij een uurloon van € 10,94 voor [eiser 1] en € 19.724,53 bij een uurloon van € 9,61 voor [eiseres 2]) en het aan hen werkelijk uitbetaalde brutosalaris (respectievelijk € 75.587,31 en € 64.664,53). Zij stellen dat uit die berekeningen blijkt dat het aan [eiser 1] en [eiseres 2] werkelijk betaalde salaris meer is dan het salaris waarop [eiser] c.s. op grond van de cao minimaal recht hadden inclusief een vergoeding voor de door hen geclaimde overuren. [Eiser 1] en [eiseres 2] hebben in hun ter rolle van 27 augustus 2004 genomen akte die berekeningen inhoudelijk slechts bestreden op het punt van het door [verweerster] in haar berekening gehanteerde tarief voor overwerk. Zij stellen dat het onduidelijk is waarom daarbij is uitgegaan van uurlonen van respectievelijk € 10,94 en € 9,61 en dat de berekening daarom niet kan dienen als bewijs voor de stelling dat het werkelijk uitbetaalde salaris meer is dan het cao-loon vermeerderd met overwerkvergoeding.
4.10 Het hof volgt [eiser] c.s. in deze bezwaren niet. Uitgaande van de juistheid van de - door [eiser] c.s. ook niet bestreden - in de berekening opgenomen bedragen voor caobasisloon en werkelijk betaald salaris, resteert er voor [eiser 1] € 32.145,12 (75.587,31 minus 43.442,19) en voor [eiseres 2] € 26.503,54 (64.664,53 minus 38.160,99) als vergoeding voor overwerk. Dat is respectievelijk € 15,66 en € 12,91 bruto per uur, aanzienlijk meer dan het in de cao-tabellen opgenomen uurloon. De conclusie is dat [verweerster] [eiser] c.s. niet te weinig loon (inclusief overwerk) heeft uitbetaald."