ECLI:NL:PHR:2009:BH2684
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor het niet voldoen aan meldplicht milieubeheer bij inrichtingen motorvoertuigen
Verdachte dreef twee inrichtingen voor motorvoertuigen milieubeheer op locaties in Nederland, welke reeds bestonden op 1 oktober 2000. Het hof stelde vast dat verdachte niet binnen twaalf weken na inwerkingtreding van het Besluit melding had gedaan bij het bevoegd gezag, wat wettelijk verplicht was.
De inrichtingen bestonden uit meerdere schuren en werkplaatsen met in totaal meer dan honderd voertuigen, professionele apparatuur en een showroom. Verdachte erkende geen melding te hebben gedaan. Het hof oordeelde dat de omvang en professionaliteit van de activiteiten de meldingsplicht rechtvaardigden en dat verdachte zich bewust moest zijn geweest van deze verplichting.
De Hoge Raad bevestigde dat voor het bewijs van opzet het voldoende is dat verdachte wist dat hij geen melding had gedaan en dat hij een inrichting dreef, zonder dat vereist is dat hij bewust was van de meldingsplicht zelf. Het hof had de feiten en omstandigheden voldoende gemotiveerd en het cassatiemiddel werd verworpen. De veroordeling tot een voorwaardelijke geldboete bleef in stand.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van € 1000,- wegens het opzettelijk niet voldoen aan de meldplicht milieubeheer.