ECLI:NL:PHR:2009:BH2792
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot 10 jaar gevangenisstraf wegens doodslag na verwerping noodweerberoep
In deze zaak werd verdachte door het Hof te 's-Gravenhage veroordeeld tot 10 jaar gevangenisstraf wegens doodslag op een feest in Rotterdam in 1994. Verdachte loste meerdere schoten op het slachtoffer, die hierdoor overleed. De verdediging voerde onder meer aan dat het bewijs van getuigenverklaringen uit 1994 niet gebruikt mocht worden omdat deze zonder tolk waren afgenomen en dat sprake was van noodweer.
Het hof oordeelde dat hoewel de taalbeheersing van getuigen destijds gebrekkig was en tolkbijstand wenselijk was geweest, de verklaringen toch betrouwbaar genoeg waren om als bewijs te dienen. Dit werd mede ondersteund doordat dezelfde getuigen later met tolkverklaring waren gehoord en verdachte’s advocaat hen ter terechtzitting kon ondervragen.
Het beroep op noodweer werd verworpen omdat op het moment van de fatale schoten verdachte niet meer werd belaagd of vastgehouden door omstanders of het slachtoffer. Het hof achtte het handelen van verdachte niet gerechtvaardigd en wees ook het beroep op noodweerexces af. De strafoplegging werd gemotiveerd door de ernst van het feit, het leed voor de nabestaanden, het feit dat verdachte zich aan justitie had onttrokken en de omstandigheden waaronder het feit was gepleegd.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 10 jaar gevangenisstraf wegens doodslag, met verwerping van het beroep op noodweer en bewijsuitsluiting.