ECLI:NL:PHR:2009:BH2955
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bewijslastverdeling bij financieringsvoorbehoud in koopovereenkomst woning tussen particulieren
In deze zaak stond centraal of bij de verkoop van een woning tussen particulieren een financieringsvoorbehoud als ontbindende voorwaarde was overeengekomen en wie de bewijslast daarvan droeg. De verkoper vorderde nakoming van de koopovereenkomst, terwijl de koper zich op een financieringsvoorbehoud beriep en stelde dat de koopovereenkomst daardoor was ontbonden.
Het hof had de bewijslast omgekeerd en de verkoper de bewijslast opgelegd dat er een voorbehoudloze overeenkomst tot stand was gekomen. De Hoge Raad oordeelde dat deze omkering onjuist was, omdat de hoofdregel uit artikel 150 Rv Pro bepaalt dat de partij die zich op een ontbindende voorwaarde beroept, de bewijslast draagt. De Hoge Raad wees erop dat de door het hof genoemde omstandigheden, zoals de gebruikelijkheid van financieringsvoorbehouden bij particuliere woningkoop, onvoldoende grond vormen voor omkering van de bewijslast.
Daarnaast stelde de Hoge Raad vast dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het beroep van de koper op het financieringsvoorbehoud naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid aanvaardbaar was, terwijl de verkoper had aangevoerd dat de koper onvoldoende inspanningen had verricht om financiering te verkrijgen. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak naar een ander hof voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd vanwege onjuiste omkering van de bewijslast en onvoldoende motivering, met verwijzing naar een ander hof.