ECLI:NL:PHR:2009:BH3096
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verdeling van opbrengst executoriale verkoop en aansprakelijkheid notaris volgens art. 551-553 Rv.
In deze zaak staat de verdeling van de opbrengst van een executoriale verkoop van onroerende zaken centraal, waarbij Heembouw Roelofarendsveen B.V. als executant vorderingen had op de geëxecuteerde partij. De kwestie betreft of de vordering van Heembouw teniet is gegaan doordat de veilingkoopsom niet onder de notaris is gestort, maar rechtstreeks tussen partijen is verrekend.
De feiten betreffen een hypotheek uit 1991, arbitrale vonnissen, een executoriale veiling in 1995 en daaropvolgende betalingen en verrekeningen tussen Heembouw en de koper, die tevens bestuurder was van Heembouw. Fortis Bank en de curator van de failliete partij maakten aanspraak op de executieopbrengst. De rechtbank en het hof verschilden van mening over de rechtmatigheid van de verrekening en de gevolgen daarvan voor de rangregeling.
De Hoge Raad bespreekt uitvoerig de wettelijke bepalingen omtrent betaling van de veilingkoopsom aan de notaris (art. 524 Rv Pro.) en de voorwaarden voor verrekening (art. 6:127 BW Pro). De conclusie is dat betaling buiten de notaris om niet bevrijdend werkt ten opzichte van derden die aanspraak maken op de opbrengst, en dat de vordering van Heembouw daardoor teniet kan zijn gegaan. Tevens wordt ingegaan op de aansprakelijkheid van de notaris en de gevolgen van het alsnog storten van de koopsom onder de notaris.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en geeft daarmee ruimte voor verdere beslissingen, waarbij het belang van de wettelijke rangregeling en de bescherming van derden bij executie worden benadrukt.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling, waarbij wordt vastgesteld dat de vordering van Heembouw mogelijk teniet is gegaan door onrechtmatige verrekening buiten de notaris om.