ECLI:NL:PHR:2009:BH3189
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over meerwerk en herstel van fouten in tekenwerk bij aannemingsovereenkomst
In deze zaak staat een geschil centraal tussen een opdrachtgever en een aannemer over de vergoeding van meerwerk bij de bouw van staalconstructies voor een winkelcentrum. De aannemer vordert betaling van meerwerknota's die aanzienlijk hoger zijn dan de oorspronkelijke aanneemsom. De opdrachtgever betwist dat sprake is van meerwerk en voert aan dat een groot deel van de extra kosten verband houdt met herstel van fouten in het tekenwerk en niet goed uitgevoerde bouwdelen.
De rechtbank en het hof hebben deskundigen ingeschakeld om vast te stellen of het extra werk als meerwerk in de zin van de Metaalunievoorwaarden moet worden aangemerkt en of de in rekening gebrachte prijzen redelijk zijn. De deskundige concludeerde dat het werk technisch gezien meerwerk is, maar kon niet vaststellen of een deel daarvan het gevolg was van fouten in eerder tekenwerk. Het hof oordeelde dat de opdrachtgever haar verweer onvoldoende had onderbouwd en wees het af, terwijl het meerwerk grotendeels werd toegewezen.
De Hoge Raad bespreekt in cassatie of het hof het verweer van de opdrachtgever dat herstel van fouten geen meerwerk vormt, terecht als onvoldoende onderbouwd heeft gepasseerd. De Hoge Raad oordeelt dat dit oordeel onbegrijpelijk is, omdat het hof niet heeft meegewogen dat de opdrachtgever stelplicht en bewijslast heeft ten aanzien van de fouten in het tekenwerk. De zaak wordt vernietigd en verwezen voor verdere behandeling, waarbij de opdrachtgever alsnog de gelegenheid moet krijgen haar verweer te onderbouwen en bewijs te leveren.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover het het verweer van de opdrachtgever dat herstel van fouten geen meerwerk vormt zonder meer heeft verworpen en de zaak wordt verwezen voor verdere behandeling.