ECLI:NL:PHR:2009:BH3678
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onjuiste betekening dagvaarding in hoger beroep
De zaak betreft de geldigheid van de betekening van de dagvaarding in hoger beroep tegen een veroordeling wegens poging tot diefstal. Verdachte was aanvankelijk gedetineerd en had bij haar aanhouding een adres opgegeven, maar stond sinds 2002 niet meer ingeschreven in de GBA en had geen vaste woon- of verblijfplaats. De dagvaarding in hoger beroep werd uitgereikt aan de griffier omdat geen verblijfplaats bekend was.
Het hof oordeelde dat de dagvaarding rechtsgeldig was betekend en verleende verstek tegen verdachte die niet was verschenen. De Hoge Raad stelt echter vast dat uit de stukken niet blijkt dat geprobeerd is de dagvaarding uit te reiken op het door verdachte opgegeven adres, dat niet ouder was dan anderhalf jaar. Het oordeel van het hof dat dit adres achterhaald was, is zonder nadere motivering onbegrijpelijk.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof voor zover het het vonnis van de rechtbank vernietigt en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling in hoger beroep. Er zijn geen ambtshalve gronden voor vernietiging van het arrest aangetroffen. De procedure wordt hiermee voortgezet met inachtneming van correcte betekening.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens onjuiste betekening van de dagvaarding in hoger beroep.