ECLI:NL:PHR:2009:BH3704
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewijsvereiste bij bedreiging met misdrijf tegen het leven
De zaak betreft een bedreiging op 10 mei 2005 te Gouda, waarbij verdachte werd beschuldigd van het dreigen met een misdrijf tegen het leven gericht jegens het slachtoffer. Het gerechtshof veroordeelde verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf.
Verdachte stelde in cassatie dat het bewijs onvoldoende was, omdat het uitsluitend gebaseerd was op de verklaring van één getuige, hetgeen in strijd zou zijn met artikel 342 lid 2 Sv Pro (de 'unus testis nullus testis'-regel). De Hoge Raad onderzocht of er naast de getuigenverklaring een ander bewijsmiddel was dat de verklaring bevestigde.
De Hoge Raad constateerde dat het hof kennelijk een gedeelte van de verklaring van het slachtoffer niet had betrokken, namelijk dat verdachte samen met een ander bij de oom van verdachte was, waar ook het slachtoffer aanwezig was. Met herstel van deze misslag is het bewijs naar het oordeel van de Hoge Raad toereikend en faalt het cassatiemiddel. Het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot een voorwaardelijke gevangenisstraf blijft gehandhaafd.